INSTITUTO CERVANTES BENELUX ENGLAND AND WALES

Opleiding en Training, Werving en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed

DE MANAGEMENTGOEROE

DE HISPANIST

DE ORGANISATIEDESKUNDIGE

DE FINANCIEEL ECONOOM

Nijmegen, 29 september 1993 Beste Tjitse, Hartelijk dank voor je gastvrije ontvangst het afgelopen weekend. Ik heb in korte tijd zeer veel indrukken bij je moeten verwerken. Toen ik maandagmorgen naar Nijmegen terug reed heb ik achter het stuur zitten piekeren over het onrecht dat jij hebt moeten ervaren vanaf het moment dat je de laatste keer Nederland bent binnengekomen. Samen met je vrouw een miljoenenbedrijf opgezet, uit de mooie zaak gezet waar je zoveel van je capaciteiten in hebt gestoken, met hoge verwachtingen naar Nederland gereisd na het advies van de heer Roelfzema en met hoge verwachtingen aan het MLP-programma begonnen. Dan word je plotseling de dupe van de slechte wet- en regelgeving in Nederland en het bureaucratische systeem dat hier heerst. Het is mij nu helemaal duidelijk dat de Sociale Dienst behoorlijk wat boter op zijn hoofd heeft en ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de heer Schuur zijn handtekening onder het ontbindingscontract met Nieuw Elan heeft gezet om zijn 25 mille terug te kunnen krijgen. Want uiteindelijk gaat het toch om de verantwoording van de centjes en ik heb begrepen dat SoZaWe nogal wat goed te maken heeft na het GKB-debacle van 50-miljoen. Ook mijn vriend Mr. Harm Wessels, die als jurist bij de gemeente DELFZIJL werkt, was van deze misstand op de hoogte. De beperkte vermogens van beleidsverantwoordelijken veroorzaken tal van misverstanden en communicatiestoornissen.

Je hebt mijn "afscheidsbrief" van juli 1991 aan L. gelezen. Ik was erg gelukkig met je reactie: "een prachtige brief". Jij bent de eerste die hiervoor begrip heeft getoond. Ikzelf heb die brief aan bijna niemand durven laten lezen. Mijn moeder heb ik hiervoor in vertrouwen genomen omdat zij een vrouw is en van haar had ik gehoord dat ik die brief nooit had mogen wegdoen, maar ik kan mijzelf niet wegstoppen. Ik vond het belangrijk dat mijn voornaamste vertrouwenspersoon bij Nieuw Elan van mij te horen kreeg wat mijn allerdiepste waarheid was. De Nieuw Elan-cultuur wordt zo sterk gedomineerd door persoonlijke strategieën en verborgen agenda's dat elke medewerker onderhand onbegrijpbaar is omdat vaak aan elke handeling een onzichtbaar strategisch plan ten grondslag ligt, een strategisch plan dat pas zichtbaar wordt als alle voorgenomen persoonlijke doelstellingen zijn gerealiseerd. Ik denk dat die handelwijze ook kenmerkend is voor Tjeb Maris. Tal van initiatieven heeft hij ontplooid en ik heb gezien dat al zijn volgelingen er bepaalde geheimzinnige handelwijzen op nahielden. L. vormde daarop een uitzondering. Daarom kon ik met haar wel communiceren zonder daarbij het idee te hebben dat ik zou worden uitgebuit voor haar persoonlijke belangen. Zij heeft mij van aanvang af duidelijk geïnformeerd. Wel vertrouwelijk, maar ik had niet de indruk dat zij mij wilde uitmelken.

De gesprekken in het afgelopen weekend hebben weer erg veel bij mij losgemaakt. Zeer veel. Net zoals ik in mijn afscheidsbrief aan L. had geschreven heb ik nu ook onderweg van DELFZIJL naar Nijmegen jankend achter het stuur gezeten. Ik had een capsule Prozac te weinig meegenomen, maar ik vond het letterlijk om te janken om te zien hoe een voormalig succesvol touroperator die contacten heeft gehad met vele hoge functionarissen, die beschikt over een overdaad aan antropologische kennis en die het ondernemersschap aan den lijve heeft ervaren, eenmaal in Nederland tot het absolute bestaansminimum is teruggeworpen.

Ik realiseer me evenwel ook het grote dilemma waarin jij verkeert om als eenling tegen een groep SoZaWe-directeuren te moeten vechten. Dit realiseerde ik mij vooral toen je mij jouw brief aan de heer Visser liet lezen. Ik hoop voor jou dat de heer Visser over voldoende tijd beschikt om op jouw brief in te gaan. Automatisch heb ik teruggedacht aan de tijd dat ik een organisatie leidde van oorspronkelijk 6000 en uiteindelijk 2300 mensen. Alle probleemgevallen van deze grote groep mensen kwamen uitsluitend op mijn bureau terecht. Uiteindelijk zag ik zoveel lettertjes op papier dat ik door de bomen het bos niet meer zag. Ik werkte normaal van 's morgens 8 uur tot 's avonds half elf. In die tijd kon ik me hoofdzakelijk met de routinezaken bezighouden. De echt moeilijke probleemgevallen gingen in het weekend mee naar huis en ik hoef je dan niet meer te vertellen hoe mijn vrouw daar toen tegenaan keek, want tijd voor een privé-leven was er eigenlijk niet. Ik heb begrepen dat de heer Visser ad interim directeur is en dat hij bij de dienst is aangetrokken nadat door een inadequaat functioneren van de organisatie een bedrag van fl. 50.000.000, teloor is gegaan. Hij heeft dus al behoorlijk wat aan zijn hoofd.

Ik ben het daarom volledig met je eens dat je de zwaarste middelen inzet om jouw doel te bereiken. Er zal veel voor nodig zijn om Vissers aandacht te krijgen, maar ik vind het een maatschappelijk schandaal dat jij thans onder deze omstandigheden verkeert. De aanbieding van de twee pakjes shag door de dienst doen mij denken aan de tijden van Charles Dickens.

De mededeling van de heer Kortes dat Tjeb Maris in maart 1990 aan het Arbeidsbureau Groningen mededelingen heeft gedaan omtrent jouw functioneren in de AtM-groep kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Ik hoop dat de heer Lulofs jou meer duidelijkheid over deze situatie kan verstrekken. Al bij al is dit voor mij een bewijs van het ondeugdelijk functioneren van de communicatieprocessen tussen Arbeidsbureaus en opleidingsinstituten. Het ene misverstand volgt op het andere. Maris deed zich voor alsof hij nog projectleider was van Nieuw Elan. Een duidelijk voorbeeld van zijn manipulatieve acties. Het is belangrijk dat de heer Lulofs duidelijk aangeeft wat Maris' functie was in die tijd en welke zijn bevoegdheden waren.

Met name binnen die functiescheidingen en afspraken t.a.v. verantwoordelijkheden maakte Maris er een potje van. Mijn brief aan Ganzevoort is daar een duidelijk voorbeeld van. Annet de Jong werkte in zijn kielzog en wist waarschijnlijk ook niet beter. Het verbaast mij dan ook niets dat er zo weinig structuur zat in de werkwijzen van o.a. De Jong, Ravenstein en Van der Horn.

Na ons gesprek zijn er natuurlijk nog heel wat gedachten bij mij opgekomen. Naar aanleiding van mijn brief van 9 november 1990 kreeg ik op 7 januari 1991 van Ger Boogaard een brief met de zinsnede:

"Afgaande op het bijgesloten visitekaartje en wat je hierover in je brief schrijft, lijkt mij je functie bij De Baak/VNO van zeer behoorlijk niveau, en ik neem graag aan dat je daarin, zoals je zelf schrijft, gelukkig opereert. Ik ken zelf enkele mensen bij De Baak en weet dat het een goede club is met een prettige sfeer."

Zoals ik je al heb gezegd was Tjeb Maris een van die bekende Baakmedewerkers van Ger Boogaard en ik zou hiermee een verklaring hebben voor het feit dat Maris in die beginperiode geen contact met mij wilde hebben en met opzet Annet de Jong als tussenpersoon heeft ingeschoven. Daardoor hoefde ik Maris niet in te lichten over mijn NIOW-problematiek waardoor voorkomen werd dat hij persoonlijk partij zou worden in het conflict dat ik in die periode met het NIOW had. Dit schrijf ik misschien wel ter ontlasting van Maris' handelswijze naar mij toe. Ik ben echter toen afgegaan op de signalen die ik toen heb ontvangen en die heb ik ook aan jou doorgegeven waardoor jouw negatieve beeld van de Baakprojectleider zeker zal zijn versterkt. Jij was immers al bevooroordeeld door de mededeling van de heer Roelfzema dat je met Maris moest uitkijken.

Ik heb op het moment het gevoel dat de problematiek in brede kringen wordt uitgesponnen en terugdenkend aan mijn vorige brieven aan jou zijn alle problemen ontstaan ten gevolge van het conflict tussen Boogaard en Ottenhoff ten tijde van mijn ziekte in februari 1987.

In de totale problematiek van het particulier onderwijs heb ik mij voortdurend beziggehouden met het formuleren van afspraken, voorwaarden en contracten om communicatiestoornissen te voorkomen. Dit als reactie op het eerste probleem waarmee ik werd geconfronteerd toen ik als FSI-directeur de toenmalige, onduidelijke inschrijvingsvoorwaarden van het NIOW had overgenomen. Die voorwaarden leidden toen tot talloze misverstanden met cursisten. De indruk werd toen aan de geïnteresseerden gewekt dat het NIOW haar cursisten op financieel gebied geen problemen zou opleveren. Van belang was dat er zo weinig mogelijk obstakels werden ingebouwd om zich voor een cursus in te schrijven. Als cursisten echter de cursus niet meer konden volgen en derhalve niet meer betaalden, werden ze aan het kruis genageld en voor de kantonrechter gesleept. Gevolg was dat een groot deel van de managementwerkzaamheden opging in tijdverslindende incasso- en kantongerechtsprocedures die tevens een zeer nadelige invloed hadden op de goodwill van het instituut.

Toen ik het voor het zeggen kreeg heb ik die voorwaarden veel duidelijker geformuleerd onder het motto "Goede afspraken vooraf maken goede vrienden". Het resultaat hiervan was dat zich weliswaar minder cursisten voor inschrijving op een cursus lieten strikken, maar dat de ingeschreven cursisten wel wisten waar ze aan toe waren als ze een betalingsherinnering in de bus kregen.

Deze visie heb ik overgedragen aan het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en mijn inschrijvings- en annuleringsvoorwaarden hebben model gestaan voor de afspraken die hieromtrent in de Wet op de Erkende Onderwijsinstellingen zijn opgenomen.

Het was Boogaard ten tijde van de start van het NIOW niet zo zeer te doen om goede afspraken, maar om een zo hoog mogelijk rendement ten behoeve van zijn eigen winsten. Hierdoor heeft hij in de eerste jaren van het NIOW behoorlijke winsten van het instituut kunnen afromen waardoor hij zijn kapitale villa in de Mesdaglaan 1 in Bosch en Duin heeft kunnen neerzetten, ondanks het feit dat hij het NIOW presenteerde als een niet-commerciële organisatie. Een situatie waartegen ik gedurende mijn gehele dienstverband stelling heb genomen: het bedrijfsbelang diende mijns inziens te prevaleren boven het individueel belang. Door het creëren van onduidelijkheid heeft Ger Boogaard zich een weg naar de top weten te banen binnen de markt van het particulier onderwijs. Afspraken maakte hij altijd mondeling. Hierdoor ben ook ik in goed vertrouwen binnen de NIOW-constructie aan het werk gegaan. Het kwam veel voor dat Boogaard in situaties die voor hem moeilijk werden veel afspraken "vergat". Hij wist zeer listig om te springen met mondelinge en schriftelijke afspraken. Schriftelijk werden afspraken pas vastgelegd als het zeker was dat de afspraak voor hem persoonlijk voordeel zou opleveren.

Vanuit deze ervaring heb ik mij in het begin van die Nieuw Elan-tijd ook zo kritisch opgesteld ten aanzien van de afspraken die Tjeb Maris maakte en hechtte ik zo sterk aan het schriftelijk vastleggen van elke afspraak en elke ervaring. Inzichten van Tjeb Maris en mij verschilden blijkbaar ofwel zou het inderdaad kunnen zijn dat Maris evenals Boogaard ook uit strategische overwegingen zijn know how als jurist uitbuitte ten behoeve van zijn persoonlijke belangen.

Ik kan mij nog herinneren dat ik jou een lift heb gegeven van NOORDWIJK naar het NS-station in Amersfoort. Jij hebt mij toen in Amersfoort een briefje laten lezen op Baak-briefpapier waarin Maris jou deelname toezegt aan het MLP-programma en de gemeentelijke sociale dienst van Groningen verzoekt fl. 25.000,- over te maken op de rekening van de Baak.

Ik probeer vanaf dat moment de situatie verder te reconstrueren. Als ik een fout maak moet je mij maar corrigeren. Ik heb begrepen dat er in die tijd echter nog geen MLP-cursus van start ging en jij wel de stageplaats in het kader van dat programma kreeg aangeboden. Ikzelf had met die vorm van stage grote moeite zoals je weet. Peter Ottenhoff noemde dit ook, mijns inziens terecht, een pseudo-dienstverband. Ik had binnen het NIOW ooit het grootste deel van mijn personeel moeten ontslaan vanwege de hoge loonkosten, waardoor mijn 80-urige werkweek is ontstaan. Mr. Maris liet ervaren managers tegen een stagevergoeding van fl. 500,- per maand daadwerkelijke produktieve werkzaamheden verrichten ten behoeve van de opbouw van een nieuwe, internationale organisatie. De vraag blijft bij mij, nu nog, overeind of hij op deze wijze geen oneigenlijk gebruik maakte van de stageregelingen die het ministerie van Sociale Zaken voorstond ten behoeve van het opdoen van praktijkervaring binnen het bedrijfsleven in het kader van de gevolgde opleiding.

Ik vraag me af of jij en ik in het kader van dit pseudo-dienstverband nog gerechtigd zijn om de Baak alsnog een navordering te doen toekomen voor niet-ontvangen salariskosten. Mijn stage paste immers niet in het kader van het verkrijgen van een nieuwe arbeidsplaats; in het kader van de "stage" heb ik een daadwerkelijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het project Internationale Marketing gericht op Spanje vanuit de know how en ervaring die ik op dat moment al lang buiten het AtM-traject had opgedaan. M.a.w. ik heb nauwelijks het in de AtM-opleiding geleerde in de "stage" kunnnen toepassen en deze situatie was een direct gevolg van het conflict dat in februari 1987 tussen Peter Ottenhoff en Ger Boogaard is ontstaan.

Mijn getuigschrift van de Baak-directie rept met geen woord over de periode waarin ik in het kader van het Spanjeprogramma werkzaamheden voor Nieuw Elan heb verricht.

Na deze zijsprong ga ik weer terug naar jouw situatie begin 1989. Het duurt blijkbaar een hele tijd voordat er een MLP-programma van start gaat. Voordien ontstaan er zelfs onzekerheden over het voortzetten van jouw "stage" en het geld voor deelname aan het MLP-programma is inmiddels op de rekening van de Baak overgemaakt. De transactie betrof een overeenkomst tussen de Stichting de Baak en de Groningse Gemeentelijke Sociale Dienst. Na mijn stuk van 6 maart 1989 wordt besloten Tegels en Maris niet tot directeuren van de toekomstige Stichting Nieuw Elan te benoemen. Op 1 april 1989 (ik hoop dat ik dat goed heb) wordt B. Hortensius directeur van de activiteit Nieuw Elan. Voor zover ik kan overzien was de stichtingsakte van de Stichting Nieuw Elan op dat moment, mede vanwege de problemen die de heer Van Lede i.v.m. zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de stichting had, toen nog niet gepasseerd. Ik zou dat moeten checken. Tjeb Maris blijft enige tijd als adviseur aan de Baak verbonden totdat hij zijn bureau Marezate heeft opgestart. Kenmerk van een adviseur is dat hij geen enkele juridische verantwoordelijkheid draagt voor de organisatie. Voorzover Maris in maart 1990 J.W. Snippe heeft ingelicht omtrent jouw verwijdering uit de AtM-cursus kan hij dat - voorzover ik dat kan overzien - slechts gedaan hebben uit hoofde van zijn adviseursschap bij de Baak, maar nimmer als projectleider van Nieuw Elan. Dan is hij naar mijn idee wel behoorlijk buiten zijn boekje gegaan. Trek dat maar eens bij de heer Lulofs na, maar realiseer je daarbij dat Lulofs niet op een claim van jouw kant zit te wachten. Wat dat betreft wordt het moeilijk Tjitse. Dat zeg ik nu evenals José. Bespreek dit vraagstuk echter goed met je advocaat en overweeg goed welke onderzoeksmethode je hanteert. Ook de heer Lulofs zit niet op een schandaal te wachten waar de naam van De Baak aan verbonden is.

Weer terug naar 1989. In de nadagen van Joop Tegels kom jij met hem tot overeenstemming dat je in plaats van tot de MLP-opleiding van de Baak tot de AtM-opleiding van de Baak/Nieuw Elan wordt toegelaten. Nieuw Elan was toen nog geen zelfstandige stichting. De AtM-cursus viel echter wel toe aan de "activiteit" Nieuw Elan. In de maanden december-januari daaropvolgend vond de machtswisseling plaats: L. werd Tegels' plaatsvervanger en ik adviseerde haar als office-manager om Nieuw Elan te laten functioneren als een particulier opleidingsinstituut met een eigen onderwijskundige én bedrijfseconomische verantwoordelijkheid.

Consequentie daarvan was voor jou dat wij jou konden beschouwen als een individuele cursist die wij konden plaatsen in een opleiding die geschikt was voor jou en dat de inmiddels vastgestelde cursusprijs per cursist aan de cursist zou worden doorberekend. Het maakte ons dus niets meer uit wie verantwoordelijk was voor de betaling, als de cursus maar werd betaald. Ik neem aan dat de Baakadministratie de betaling van de GSD intern heeft overgeheveld van het MLP- naar het AtM-project. Een interne boekhoudkundige mutatie dus.

Op deze wijze ben je toegevoegd aan de AtM-cursusgroep die door het Arbeidsbureau Amsterdam werd betaald. Echter als een individuele cursist die door de GSD Groningen werd betaald. Ik vind het geen handige move van José en L. om mij niet aangaande dit probleem te raadplegen.

Inmiddels was, na het ontslag van J. Tegels, L. het beleid van Nieuw Elan gaan bepalen. Zij stelde vast dat elke AtM-deelnemer tot de opleiding wordt toegelaten na een uitgebreide selectieprocedure. Joop Tegels had jou niet aan zo'n selectieprocedure onderworpen en daardoor heeft Tegels een verkeerde beslissing genomen om jou aan de AtM-groep toe te voegen. Alle AtM-cursisten hadden tot op dat moment immers een selectieprocedure doorlopen. Ik heb van jou begrepen dat Jacobine van der Horn jou alsnog verzocht heeft een psychologische toelatingstest te ondergaan. Jij hebt dat van de hand gewezen en de facto voldeed jij dus niet aan de eisen om aan de AtM-opleiding deel te nemen.

José heeft deze problematiek naar mijn idee op een zeer ongelukkige wijze met jou afgewerkt. Waarschijnlijk heeft ze Joop Tegels ook niet de zwarte piet willen toespelen, terwijl hij toch voor jouw plaatsing - volgens jouw informatie - verantwoordelijk was. Ook hieromtrent vind ik het niet verstandig dat José die situatie niet met mij heeft besproken. Ik was immers de enige van het gehele gezelschap die een jarenlange ervaring had in het runnen van een particulier opleidingsinstituut. Ik heb José daarvan als eerste tijdens mijn AtM-cursus in kennis gesteld.

Ik stel echter vast dat L. in abstracto vanuit haar organisatiekundige visie - zonder aanziens des persoons - op een correcte wijze heeft gehandeld. Het zou echter wijs zijn geweest als ook zij dit probleem aan mij voorgelegd zou hebben, zeker gezien de ervaring die ik in de NEI-periode met jou heb gehad. Ik vraag me overigens af of zij daar weet van heeft gehad. Ik sluit niet uit dat José die informatie aan L. heeft onthouden.

Vervolgens krijgen we het stageprobleem. Ik memoreer nog even op papier wat ik je tijdens onze wandeling afgelopen zaterdag hieromtrent heb verteld en wat mijn inzichten hierover zijn. De opleiding AtM-Amsterdam werd voor de cursisten uit Amsterdam door het GAB bekostigd. Jij bent als eenling vanuit het instituut aan deze groep toegevoegd. Ten aanzien van de door het GAB Amsterdam betaalde cursisten kende het Amsterdamse arbeidsbureau zich een gedeeltelijke verantwoordelijkheid toe, met name ten aanzien van de stagewerving. Deze cursus vond doorgang onder de conditie van het GAB Amsterdam dat de stagewerving in handen werd gelegd van het TopCentre te Amsterdam, een verantwoordelijkheid van het GAB Amsterdam (Martin Meijer). Mijns inziens viel de verantwoordelijkheid voor jouw stagewerving onder het ABC (Afdeling Bedrijfs Contacten) van het opleidingsinstituut Nieuw Elan (Pierre Jongenelen), omdat jij door het instituut aan de groep bent toegevoegd en door de Groningse GSD bent betaald. In die zin diende jij niets met de stagewerving van Roy Hofland te maken te hebben. Ook in dit geval vind ik het een flinke misser van José dat zij deze problematiek niet met mij heeft besproken. L. moest in die tijd nog ingewerkt worden en had het al druk genoeg met meer structurele problemen.

Conclusie
Het instituut Nieuw Elan was middels de toezegging van ex adjunct-directeur Tegels verantwoordelijk voor jouw deelname aan de AtM-opleiding Amsterdam en de werving van een tot een arbeidsplaats leidende praktijkplaats.

De onhandige manoeuvres van José Ravenstein om mij niet te raadplegen hebben jou in de bekende probleemsituatie gebracht. Jammer dat persoonlijke carrièredrang leidt tot het ruïneren van de toekomst van een zwaar gemotiveerde cursist.

Tenslotte
Ik kreeg maandag te horen dat ik vrijdag a.s. uit het ziekenhuis wordt ontslagen. Dat betekent dat ik hoogstwaarschijnlijk in de tien dagen dat jij in Stiens zit ook op de werkdagen bij je op bezoek kan komen. Spreken we telefonisch af?
Ik ben benieuwd naar je schriftelijke reacties op mijn stukken en op mijn bezoek van het afgelopen weekeinde. Ook ben ik benieuwd naar je brieftekst aan L.. Vriendelijke groet en tot ziens.

7 OKTOBER 1993 PROBLEEM LIESBETH

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is legally registered at the Benelux Trade Registrar under deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings and courses and is a tradename of the Foundation Cervantes Benelux in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX está legalmente depositado como marca comercial en el registro de marcas del Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277 y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes Benelux en Nimega, inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse 41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam van de Stichting Cervantes Benelux te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer van Koophandel te Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN