INSTITUTO CERVANTES BENELUX ENGLAND AND WALES

Opleiding en Training, Werving en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed

DE MANAGEMENTGOEROE

DE HISPANIST

DE ORGANISATIEDESKUNDIGE

DE FINANCIEEL ECONOOM

Nijmegen, 16 oktober 1993 Beste Tjitse, Als voorbereiding voor mijn bezoek aan jou van 17 t/m 21 oktober heb ik mijn Nieuw Elan-dossier nog eens doorgelopen en heb daarbij enkele stukken aangetroffen die betrekking hebben op een aantal door ons bestudeerde items. Bijgevoegde bijlagen verstrek ik je ter inzage en wil ze graag, zonder te zijn gekopiëerd, weer van je terug. Hieronder volgt mijn persoonlijke commentaar op deze stukken.

1. Mijn bijdrage aan de financiële problematiek van Nieuw Elan

In mijn brief van 19 september aan jou vind je op pagina 7, 2e alinea onderstaande tekst:

"Op een gegeven moment heeft L. mij voorgesteld te lunchen met de heer Ruud van der Zalm. Van der Zalm was een financieel expert en door de nieuwe Baakdirectie aangetrokken om de heer De Moed te gaan vervangen. Tijdens die lunch heb ik Ruud van der Zalm van mijn ervaringen op de hoogte gebracht en hem verteld op welke manier mijns inziens het exploitatieprobleem van Nieuw Elan moest worden aangepakt. Van der Zalm heeft vervolgens al mijn adviezen overgenomen."

De adviezen hadden betrekking op de onderstaande probleemsituaties:

a. Het management van Nieuw Elan ontving geen enkele informatie over gerealiseerde opbrengsten, zoals deelnemersgelden en subsidies. Informatie hieromtrent bestond slechts bij de financiële administratie, die deze echter niet aan het management van Nieuw Elan verstrekte.
b. Inzicht per project gemaakte kosten bestond bij Nieuw Elan slechts doordat men daar (decentraal) op mijn aanwijzing een schaduwadministratie bijhield van ontvangen facturen. Deze schaduwadministratie hield geen verband met de financiële administratie van De Baak. Dit betekende dat veel werkzaamheden (zoals coderen en boeken) dubbel werden verricht, hetgeen uiteraard tot belangrijke inefficiënties leidde. Daarnaast bestond het gevaar dat beide administraties verschillende uitkomsten te zien gaven, waardoor verwarring ontstond of zelfs verkeerde beleidsbeslissingen werden genomen.
c. Het management van Nieuw Elan had onvoldoende inzicht in de opbouw van doorbelaste indirecte kosten. De begroting die aan de doorbelastingen ten grondslag lag, was niet in samenwerking met Nieuw Elan opgesteld en is daarom door L. niet als taakstellend beschouwd. Het management van Nieuw Elan is voor haar bedrijfsvoering een eigen begroting gaan hanteren, die afweek van de begroting die de financiële administratie hanteerde. Zoals ik je al heb gezegd is deze schaduwadministratie opgebouwd op basis van mijn adviezen, omdat ik al meer dan vijf jaar met het door De Baak gebruikte boekhoudprogramma
FARAO had gewerkt.

d. Die financiële administratie kende in die tijd een aantal tekortkomingen die het fungeren als mogelijke informatiebron voor Nieuw Elan belemmerden. In de eerste plaats bestonden er vrijwel altijd grote achterstanden in de administratieve verwerking (zes à acht weken). Belangrijkste oorzaak hiervan was een onvoldoende personele bezetting in kwantitatief en kwalitatief opzicht. Slechts één persoon (Colette van Houten) hield zich bezig met de administratie van Nieuw Elan, waarbij bij eventueele uitval door vakantie of ziekte geen vervanging geregeld was.
Op de tweede plaats was het rekeningschema dat door de financiële administratie ten aanzien van Nieuw Elan werd gehanteerd, niet toegespitst op de specifieke informatiebehoeften van het management van Nieuw Elan.
Gebleken is ook dat Nieuw Elan bij het opstellen van het rekeningschema niet betrokken is geweest en dat inzicht in de opbouw ervan door Nieuw Elan pas na lang aandringen werd verkregen.

Zoals ik je heb verteld heeft Hortensius mij, vrij kort voor mijn ontslag, opdracht gegeven zijn prullenbak te ledigen en ik trof toen een beleidsstuk aan onder nummer 741.777.010 van O.E.D. Jonker aan drs. H. Lulofs, met de hierboven vermelde informatie. Het stuk is gedateerd op 11 juli 1990 en geeft ook enkele suggesties ter verbetering van de situatie die ik even eerder met Ruud van der Zalm had besproken (Bijlage 1).

2. Gevolgen van mijn brief d.d. 6 maart 1989

Tussen Hortensius' papieren trof ik toevallig ook een brief van de toenmalige Baakdirecteur Tjeenk Willink aan, gedateerd op 29 maart 1989, dus ongeveer twee weken na het spoedoverleg van begin maart (Bijlage 2). De brief is gericht aan de Heer Mr. C.J.A. van Lede, voorzitter Verbond van Nederlandse Ondernemingen, met de volgende tekst:

"Waarde Cees, Zoals je weet waren wij genoodzaakt op korte termijn te voorzien in de opvolging van de heer Maris als degene die in de praktijk leiding geeft aan de Stichting Nieuw Elan. Het is noodzakelijk dat ik het personeel van De Baak en van Nieuw Elan hierover op korte termijn informeer. Het is je ook bekend dat wij de heer L. Hortensius bereid hebben gevonden op part-time basis als direkteur van Nieuw Elan op te treden. Krachtens artikel 11 van de statuten van Nieuw Elan, wordt de direkteur benoemd door het bestuur van de Stichting. In feite ben jij als voorzitter thans nog het enige bestuurslid. Ik zou het daarom op prijs stellen als jij hieraan dan ook je goedkeuring wilt geven. Mag ik - gelet op het feit dat de heer Hortensius per 1 april a.s. in dienst moet treden - zonder tegenbericht aannemen dat jij hiermede instemt? Inmiddels is afgesproken dat de heer Hortensius op 6 april a.s. kennis met je komt maken. Hierbij ter informatie zijn curriculum vitae. Met vriendelijke groet, Anton Tjeenk Willink."

De heer Hortensius is onvoorzichting omgesprongen met deze informatie. Ik vind het zeer onverstandig van hem om een oud-directeur van een particulier opleidingsinstituut te gebruiken als koelie. Als hij mij op mijn waarde had geschat zou ik de tekst van deze brief nooit aan iemand anders hebben laten lezen. Ik vertrouw er in deze fase ook volledig op dat deze voor jou relevante informatie tot het moment van verdere afspraken onder ons tweeën blijft. Ingeval jij tot een rechtszaak overgaat en mij daarbij zou betrekken - en dat zal wel moeten voor het geval je mismanagement wilt aantonen - is het voor mij van groot belang dat ik dan ook een goede advocaat in de arm neem.

In mijn documentatie tref ik ook een lijst aan met bestuursleden van de Stichting Nieuw Elan d.d. 24 juli 1989, bestaande uit Ir. W. Dik (PTT), Ir. J.J. Endtz (Hollandsche Beton Groep), S.J. Jonker (Nationale Nederlanden), Mr. C.J. van Lede (VNO), Prof.Drs. W. Lemstra (SG VROM).

Een tweede notitie m.b.t. de beëindiging van het dienstverband van Mr. Tj.A. Maris is bijlage 3. Ook van de hand van de heer Tjeenk Willink.

Uit beide stukken is nu af te leiden dat het dienstverband van Hortensius op 1 april 1989 is ingegaan en het dienstverband van Tjeb Maris is beëindigd per 1 juni 1989. In het personeelsblad "Baakbabbel" staat vermeld dat Tjeb Maris per 1 juni 1989 "de bakens verzet". Het artikel zegt ook "We zullen Tjeb dan ook regelmatig in De Baak blijven zien en horen." (bijlage 4). Op 17 juni 1989 heeft Maris in Hoofddorp nog meegewerkt aan de tussentijdse evaluatie m.b.t. mijn "stage" in de functie van "adviseur". Toen Maris in maart 1990 over jou mededelingen heeft gedaan aan het arbeidsbureau Groningen is hij naar mijn idee dus buiten zijn bevoegdheden gegaan. Een adviseur adviseert (aan de directie) en treedt naar mijn idee niet zelfstandig namens de organisatie naar buiten.

3. Directiewisseling De Baak

In dezelfde "Baakbabbel" van juni 1989 kondigt Ir. A.J. Tjeenk Willink , zoals hij al eerder in een notitie van 12 mei 1989 had gedaan, aan dat Drs. H.W. Lulofs per 1 oktober als directeur van De Baak in dienst treedt.

4. Beleidsbijdragen Van der Heijden

Om jou een beeld te geven van de bijdragen die ik heb geleverd aan het interne veranderingsproces van Nieuw Elan tref je hier enkele door mij geschreven notities aan. Uit de kerstvakantie 1990 dateert de eerste beleidsnota m.b.t. de stroomlijning van het secretariaat als hart van de organisatie (Bijlage 5). Dit stuk is 14 pagina's dik. Als je geïnteresseerd bent laat ik je ook de rest lezen.
Uit dezelfde tijd dateren ook enkele financiële analyses die gediend hebben ter ondersteuning van de door Bert Hortensius en L. Halbertsma genomen beleidsbeslissingen. Aangezien het hier zeer vertrouwelijk cijfermatig materiaal betreft geef ik je (nog) geen inzage in deze stukken, maar beleidsrelevant waren zij in ieder geval in zeer hoge mate. Jammer dat L. in haar beoordelingsgesprek van januari 1991 deze bijdragen heeft vergeten.

Een substantiële bijdrage ten behoeve van nieuw beleid vind je in mijn notitie aan L. d.d. 14 maart 1990 (bijlage 6) en aan L. en Bert onder de titel "Hoe bespaar ik een miljoen?" d.d. 2 mei 1990 (bijlage 7). Dit artikel geeft aan hoe sterk ik mij persoonlijk met de financiële problematiek van Nieuw Elan heb beziggehouden. Na mijn opmerking over de huisvesting heeft De Baak-directie direct een koppeling gelegd naar de RegioBaak-problematiek. Door "Hoofddorp" af te stoten en Nieuw Elan in het RegioBaak-pand onder te brengen is het bezuinigingsbedrag van circa fl. 250.000,- gerealiseerd.

Ook mijn idee "Nieuw Elan Open" is overgenomen en ik heb in dat kader een gigantische hoeveelheid werk voor Nieuw Elan verricht m.b.v. de NIOW-know how die ik heb ingebracht. Ik attendeer je ook op de zinsnede

"Mede in verband met de snelle en gecompliceerde marktontwikkelingen wil ik voorstellen dat wij op korte termijn besprekingen aanknopen met de Stichting Beroepsgerichte Opleidingen te Utrecht. Dit instituut is een van mijn geesteskinderen en beweegt zich op dezelfde markt als Nieuw Elan ..."

Het gehele volgende stuk m.b.t. de SBO geeft duidelijk aan hoe mijn relatie tot dit instituut was.

5. Relatie Nieuw Elan en Top Centre

Bijlage 8 betreft een gesprek dat een week na jouw "ontslagbespreking", op 16 maart 1990, tussen de directies van Nieuw Elan en Top Centre heeft plaatsgehad. Ik denk dat voor jouw situatie met name punt 2 van belang is:

"De projectleider is verantwoordelijk voor het scholingsdeel en voor de inhoudelijke begeleiding van het stagedeel. Wel is uitwisseling noodzakelijk t.b.v. de Account Executive Top Centre. Deze is verantwoordelijk voor de uitstroom van cursisten én is de bemiddelaar tussen vraag van bedrijven en aanbod van cursisten. In principe zullen werving en selectie en uitstroom door GAB en Top Centre verzorgd worden. Dit betekent dat Nieuw Elan dan ook niet meer op 80% banen na een half jaar cursus wordt afgerekend."

Mijn vraag: de "account executive", is dat Roy Hofland?

6. De "oktober- en februarirevolutie"

Bijlage 9 d.d. 12 oktober 1990 is een verslag dat betrekking heeft op mijn werkzaamheden in de eerste week van oktober, waarin L. op vakantie was in Ermelo en goed had nagedacht. Zij had mij in die week haar adres en telefoonnummer in Ermelo gegeven. Jacobine van der Horn deed daar erg geheimzinnig over. De eerste keer dat L. en ik elkaar weer zagen was op vrijdag 19 oktober 1990 onder het motto "Neuzen in de wind".

Wat er op 16 oktober in het ALTEA-hotel in Groningen in mij was omgegaan is jou inmiddels bekend. Zou L. hebben verwacht dat ik in Ermelo contact met haar zou hebben gezocht? Wat betekende dit allemaal? Waar ben ik tekort geschoten? Vanaf dat moment ging José zich steeds sterker manifesteren en in het openbaar kritiek tegen mij uiten. Dat komt o.a. tot uitdrukking in bijlage 10 waarin L. aangeeft dat de volgende zin "José meldt de notulen onvoldoende te vinden wat betreft weergave van gehouden discussies, zoals die over de verwachte bijdrage van Bedrijfscontacten in cursussen." Dit was de eerste keer dat L. mij ten faveure van een andere medewerker corrigeerde. Ik heb dit als een aanval van José ervaren waar L. zich achter had geschaard. Het speelde zich af in de tijd dat L. haar onevenwichtige functiebeoordeling had afgegeven. Nog enige tijd daarvoor had zij onze automatiseringsmedewerker in mijn aanwezigheid duidelijk en helder toegesproken met de woorden "Ik laat John niet voor joker gebruiken!!!". Ik had dus met een vrouw te maken die mij steeds twee gezichten liet zien, en dat is overigens van het allereerste begin zo geweest: in een tweegesprek zaten we voortdurend op dezelfde golflengte, in een groep werd er nauwelijks door ons verbaal gecommuniceerd. Een significante uitspraak van L. was in dit verband: "Ik communiceer niet op de gang". Ik heb de indruk dat L. enerzijds het contact met mij wilde goedhouden en mij anderzijds onder druk liet zetten door José. José was voor haar dan een veilig middel om zich van mij los te maken.

7. De joker

Dat ik inmiddels door velen voor joker was gebruikt werd mij geheel duidelijk na die kreet van L.. Het moet haar al duidelijk zijn geweest dat ik als joker was ingezet door Van Goethem, Boogaard en De Vries, daarna door OTTENHOFF en de Neumannen en tenslotte door Tjeb Maris en Annet de Jong. Tenslotte dreigde ook automatiseringsmedewerker L. Hick zich niet aan de afspraken te houden die wij samen hadden gemaakt en toen is L. voor mij in de bres gesprongen. Die hartekreet "Ik laat John niet voor joker gebruiken" heeft mij wel laten zien wat zij voor mij voelt, maar wat zij zo sterk tracht te verbergen als er anderen bij te pas komen.

Ook ben ik door Bert Hortensius voor joker gebruikt, maar dan samen met L. Bijlage 11 is een "coproduktie" van John van der Heijden (JH), Elizabeth Halbertsma (EH) en Lambertus Hortensius (LH). Ik schreef zo meestal de teksten, L. corrigeerde en Bert hoefde alleen te tekenen.

Ik realiseer me nu ook dat ik in het werkveld VBMO-VAN de jokerrol vervuld heb. Als een don Quijote ben ik namens de VBMO-leden tegen het oneigenlijk gebruik van subsidiegelden door het regulier dag/avondonderwijs ten strijde getrokken. Van al die VBMO-leden hoor ik nu niets meer. Ze hebben door mijn inspanningen een ministeriële erkenning gekregen, ze kennen mij allemaal nog wel en waarschijnlijk hoofdzakelijk uit de verhalen van G.P. Boogaard en P. Ottenhoff. Ik ben benieuwd welk "erkend instituut" bereid is nu ook iets te investeren in die man die voor hen de kooltjes uit het vuur heeft gesleept.

8. Het einde van Nieuw Elan

In dat hele veld van belangenbehartiging is er maar één die ooit voor mij in de bres gesprongen is. Nee, het ligt niet aan haar dat ik ontslagen ben, maar aan een gevoel dat ons beide parten speelde. Ook de marktontwikkelingen lieten niets aan duidelijkheid te wensen over. Ik heb tussen mijn paperassen nog een interne notitie ten behoeve van mijzelf gevonden gedateerd op 16 mei 1991 (bijlage 12). Het betreft een rekensom op basis van de dezelfde week gepresenteerde begroting 1991. De conclusie laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Voor mij stond het al vast: L. en ik staan op straat. De maandag daarop liet L. mij op haar kamer komen en liet mij weten dat ik een goede advocaat moest gaan zoeken, omdat ik de volgende dag zou worden ontslagen. Er was een manier gevonden waarop L. in dienst kon blijven en Nieuw Elan gecontinueerd kon worden. Ik gunde haar dat van ganser harte.

9. Een kroongetuige

Bijlage 13 is een CV van Inge Post. Het CV geeft aan dat Inge hoofdgetuige is van hetgeen ik tussen 1986 en 1991 aan enerverende gebeurtenissen heb meegemaakt bij NIOW, SBO, don Quijote en Nieuw Elan. Met háár had ik een afspraak op 23 december 1992. Volgens mijn intuïtie heeft een partij dat willen verhinderen op instigatie van wie?

- Dick van Goethem?
- Ger Boogaard?
- PETER OTTENHOFF?
- Tjeb Maris?
- Joop Tegels?

Of een of andere organisatie. Ik weet het niet. In ieder geval heb ik mijn verhaal op die avond van 23 december aan Inge kunnen vertellen. Getuige daarbij was de heer Drs. Peter Turèl, director Russia Travel uit AMSTERDAM. Mensen denken dat ik spoken zie. Dat moeten zij dan maar zelf weten. Cervantes heeft zijn boek ook geschreven toen hij ten onrechte in de gevangenis terecht was gekomen en Don Quichot werd voor gek versleten. Volgens jou heb ik heel normale brieven geschreven. Psychiaters projecteren hun eigen belevingswereld op de mijne. Het Solsjenytzin-tijdperk lijkt dan toch te zijn aangebroken. Ik ga eerst voor een half jaar in dagtherapie. Daarna zal blijken of ik weer de kracht heb om mij te bevrijden van de vooroordelen die ongetwijfeld zijn gegroeid ten gevolge van de situatie waarin ik ben komen te verkeren. Deze week maken we er een goede week van in Friesland boppe. Ik ben weer benieuwd naar je reacties.

Bijlagen: 1. Geheim beleidsstuk 741.777.01.0 2. Brief van Tjeenk Willink aan Van Lede d.d. 29-3-89 3. Notitie van Tjeenk Willink aan allen d.d. 31-3-89 4. "Een nieuwe rol en functie voor Tjeb Maris bij De Baak en Nieuw Elan" uit Baakbabbel 5. Beleidsnotitie van J.L. van der Heijden aan Nieuw Elandirectie d.d. 5-1-90 m.b.t. secretariaat 6. Idem m.b.t. "marktgericht systeem van modulering, flexibilisering en open inschrijving" d.d. 14-3-90 7. Idem m.b.t. "Hoe bespaar ik een miljoen?" d.d. 2-5-90 8. Verslag gesprek directies Top Centre/Nieuw Elan op 16-3-90 9. Rapportage van Van der Heijden aan Halbertsma d.d. 12-10-90 10. Concept notulen projectleidersvergadering 18-2-91 d.d. 23-2-91 11. Briefconcept Van der Heijden aan Van Lede d.d. 24-4-9112. Persoonlijke conclusie begroting d.d. 16-5-91 13. C.V. van Inge Post

25 OKTOBER 1993 GASTVRIJE ONTVANGST IN STIENS

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is legally registered at the Benelux Trade Registrar under deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings and courses and is a tradename of the Foundation Cervantes Benelux in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX está legalmente depositado como marca comercial en el registro de marcas del Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277 y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes Benelux en Nimega, inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse 41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam van de Stichting Cervantes Benelux te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer van Koophandel te Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN