INSTITUTO CERVANTES BENELUX ENGLAND AND WALES

Opleiding en Training, Werving en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed

DE MANAGEMENTGOEROE

DE HISPANIST

DE ORGANISATIEDESKUNDIGE

DE FINANCIEEL ECONOOM

Nijmegen, 22 december 1993 Beste Tjitse, Hartelijk dank voor je uitgebreide beantwoording van mijn brieven 24 NOVEMBER 1993 ONTSPANNINGSOEFENING en 6 DECEMBER 1993 EEN HARDWERKENDE PROJECTLEIDSTER d.d. 15 december ondanks het feit dat je je hondsberoerd voelde. Je hebt je weer sterk in mijn problematiek verdiept en dat stel ik zeer op prijs. Ook ben ik benieuwd naar je reactie op mijn epistel van 12 december. Daar ligt naar mijn idee nog steeds mijn grootste probleem waarmee ik ook in de therapie aan de slag moet. Mijn gevoelens heb ik in de computer weggestopt en ik stel het ook op prijs dat je L. een tipje van de sluier hebt opgelicht door haar te laten weten dat zij in mijn dagelijks leven nog steeds een belangrijke rol speelt. Ondanks haar toezeggingen aan jou heb ik echter nog geen kerstkaart van haar ontvangen. Van mij heeft ze er wel een gehad. Ik heb mijn oud-collega's van Nieuw Elan een kaart naar NOORDWIJK gestuurd en L. heeft van mij ook nog persoonlijk thuis in Oegstgeest een kaart ontvangen. Blijkbaar zit zij toch met een probleem om hierop te reageren. Ik heb zo'n vermoeden dat zij niet zal ingaan op datgene wat ze met jou besproken heeft. Misschien vertrouwt zij de zaak niet helemaal, zeker niet meer nu zij weet dat jij een proces tegen haar voorbereidt en ik contacten onderhoud met haar toekomstige tegenspeler. Als zij desondanks toch in staat zal zijn dit dilemma te doorbreken zal zij zeker in mijn achting stijgen.

1. Malaca Instituto
Tot mijn grote verrassing kreeg ik een prachtige kerstkaart van Ida Wiladsen van het Malaca Instituto. Zoals je inmiddels uit mijn vorige brief hebt kunnen opmaken speelt Ida, die ik in 1985 in Málaga heb leren kennen een belangrijke rol in mijn persoonlijke geschiedenis. Ida en haar toenmalige echtgenoot Joaquín waren voor mij een voorbeeld van een directeurspaar dat samen op eendrachtige wijze een prachtig opleidingsinstituut runde, volgens een onderzoek van de ARD (Duitse televisie) het beste van Spanje. L. leek in haar doen en laten erg veel op Ida en dat is waarschijnlijk de onderliggende psychologie waardoor ik het al snel met L. kon vinden. Voor mij hadden Joaquín en Ida voor ons model gestaan. Vorig jaar ben ik een week op Ida's uitnodiging in Málaga te gast geweest. Daarna heb ik haar een aantal persoonlijk getinte brieven geschreven en grote afdrukken van dia's verzonden, zoals in mijn kamers hangen, waarop ik nooit meer iets had gehoord.

Op de nu ontvangen kerstkaart bedankt Ida mij voor de haar gezonden brieven en kaarten, schrijft dat zij hoopt dat het mij goed gaat en sluit af met 'un abrazo' (een Spaanse omhelsing - heeft voor een Spanjaard een andere gevoelswaarde dan voor een Nederlander, van Julio Sampedro ontving ik vorig jaar o.a. ook zo'n 'abrazo'). L. heeft van mij uit Spanje ook wel eens zo'n 'abrazo' ontvangen. Ik denk dat ze niet goed weet hoe ze daarmee moet omspringen. Ik hoop in de toekomst toch weer eens met Ida te kunnen praten. Ida is een vermogende, invloedrijke, maar vooral zeer menselijke, hardwerkende vrouw waarmee ik goed zou kunnen samenwerken. Dat heb ik L. ook gemeld in ons allerlaatste gesprek. Ik had de indruk dat ze daardoor wat teleurgesteld was. Ik heb haar toen niet verteld dat Ida mij heeft gezegd L. de volgende keer eens mee te nemen naar Málaga. Probleempje.

2. Overige kerstkaarten/Oud en Nieuw
Kerstkaarten kreeg ik ook van Henk en Gini Neuman, Peter en Gerda OTTENHOFF en al de jou bekende Lionsvrienden. Ook van Bob en Marlène van Aalst en van André Veltman ontving ik hartverwarmende kaarten. Van E. ontving ik een zelfgemaakte kerstkaart met het opschrift "voor 1994 gezondheid, rust, sterkte". De tekst van de kaart van Loek en Marijke luidt alsvolgt:
"Lieve John, Ondanks je problemen wensen we je toch samen met je familie en jongens goede kerstdagen en alle goeds voor 1994! Ook in 1994 staat onze deur en ons hart voor je open!" Als je dit kunt schrijven beschik je naar mijn idee over een zeer grote persoonlijkheid. Ik kreeg ook van Marijn een boekje met kerstwensen toegestuurd. Marijn is helderziende en heeft in februari van 1993 de volgende voorspelling gedaan:

"Dan is het niet zo dat bepaalde mensen samenwerken aan het doel en elkaar niet meer zien, elkaar gebruiken om dat doel te bereiken, maar dan komt er een vriendschappelijke, innige verhouding ten opzichte van elkaar. Dan leert men elkaar kennen in de diepste ziel. En dan ontstaat iets anders. Dan is het geen ambitie meer, maar dan is het doodgewoon samen iets beleven vanuit een gevoel van geluk, vanuit een gevoel van avontuur, vanuit een gevoel van durf. Vanuit een gevoel wat niet te verklaren is, maar dat alleen maar aanwezig is in het gevoel zelf, waarin men niet meer discussiëert over een kleur, maar samen de kleur waarneemt en weet wat het is. Waarin men elkaar niet meer hoeft te vertellen welke kleur op dat moment voorstaat."

Marijn heeft dit verhaal verteld toen hij in trance was. Toen hij uit de trance 'ontwaakt' was heb ik hem gevraagd wat hij had ervaren. Toen heeft hij gezegd "Ik had het gevoel dat ik een bus met schoolkinderen bij elkaar moest houden". Dat gevoel had ik ook. Ik zou nog het liefste hebben dat alle in het netwerk genoemde mensen één groot positief bezield verband zouden gaan vormen. Ik meld je dat ik van Loek en Marijke ook het aanbod heb ontvangen om bij hen in Maarn Oud en Nieuw te vieren, daar te blijven slapen en de volgende dag met hen mee te gaan naar de nieuwjaarsreceptie van de Lions. Ik heb Loek toegezegd dat ik dit met jou zal bespreken. Kun je me hierover even bellen?

3. Jouw brief van 15 december
Het bericht dat je Loek en L. had gebeld overviel mij wel. Je motieven waardeer ik echter in hoge mate. De wijze waarop je tegen mijn situatie in relatie tot Nieuw Elan aankijkt getuigt wederom van een goede kijk hierop. Opmerkelijk vind ik jouw observatie t.a.v. "het stilzwijgen over een ex-voortreffelijke medewerker door Nieuw Elan". Jouw behoefte om mij te helpen naar een hogere graad van welzijn en geluk siert je. Opvallend vind ik ook jouw voorstelling van zaken m.b.t. het betrouwbare karakter van L.. Op blz. 6 punt 3 verwacht jij o.a. een tegenaanval van haar, omdat wij (jij) o.a. op haar onze lantaarns richten. Verstandig dat je met L. niet hebt gesproken of gezinspeeld over verliefdheden. Van belang is wat Marijn hierboven heeft voorspeld en dan denk ik vooral aan hartelijkheid in de juiste betekenis van het woord, zoals ik die ook van Loek en Marijke ondervind. Waarom zou een ander dat niet kunnen. Ik heb Loek wel eens gezegd dat Marijke voor mij wel iets van L. wegheeft. Ook verstandig van je dat je geen dingen hebt gezegd die ik je vertrouwelijk heb verteld of geschreven. Naar mijn idee zijn er echter best verschillende dingen die zij mag weten en uit jouw mond mag vernemen. We kunnen daar samen over praten. Ik hoop inderdaad dat de deur een millimeter is opengezet, maar of ik op dit moment dolgraag een gesprek met haar zou willen hebben weet ik nog niet, tenzij zij dat zelf zou willen. Ik hecht echter wel aan een goed persoonlijk contact. Hoe dat eruit moet zien weet ik nog niet. Dat zal ook een stuk van haar belevingswereld afhangen. Wat wel van belang is is dat ik L. met opzet zeer persoonlijk gerichte brieven heb geschreven om een reactie uit te lokken, o.a. in verband met de geruchtenstroom die kennelijk op gang was gekomen hetgeen ik aanvoelde aan de reacties van Henk Neuman, Peter Ottenhoff en Herman de Koning. Haar verontwaardigde schriftelijke reacties heb ik toen - hoe paradoxaal het ook is - met plezier ontvangen. Ik had daarbij een schriftelijk bewijs naar deze mensen toe dat L. niets, maar dan ook absoluut niets met mijn echtscheiding te maken had. Ik bleef me wel voor haar verantwoordelijk voelen en heb die keiharde briefjes toen gewoon geaccepteerd.
Met jouw reactie op 24 NOVEMBER 1993 ONTSPANNINGSOEFENING kan ik meegaan. M.b.t. het temmen van paarden kan ik je melden dat L. een professionele dressuuropleiding van een jaar heeft genoten te Henley-upon-Thames in Engeland. Zij heeft daar uiteraard het juiste gevoel ontwikkeld om een (in dit geval dierlijk) wezen onder controle te brengen. Dit heeft haar ook een soort charismatische uitstraling naar haar medewerkers toe gegeven. Ze heeft zeer sterke gevoelsmatige sensoren ontwikkeld die zij ook aanwendt in haar beïnvloedingsstrategieën. Hierdoor heeft zij ook macht over anderen. Ik heb dat altijd als positief ervaren, omdat zij naar mijn idee geen misbruik maakt van die persoonlijke macht. Of zij last heeft van hevige interne spanningen weet ik niet. Gezien de omstandigheden waarin zij verkeert zou dat niet ondenkbeeldig zijn. Zij heeft er inderdaad steeds, en vooral vanaf het moment dat we in NOORDWIJK waren aangeland, naar gestreefd om 'gewone menselijkheid' te tonen en heeft daarmee vrees en afstandelijkheid weggenomen in de informele culturele setting die zij heeft gecreëerd. Zij was een primus inter paris, totaal anders dan de voorgaande leiding die praktisch niet bereikbaar was. Jouw opmerking dat er geen zakenman bestaat die met wetsboeken -voortdurend- rondloopt om te zien of hij zich aan alle voorschriften houdt, kan ik onderschrijven. De werkgeversorganisatie kenmerkt zich met name in het liberale beginsel dat ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen. In dit verband ontstaan er vaak ook nieuwe wetgevingen, de WEO is daar zo'n voorbeeld van. Een niet gereguleerd particulier initiatief kan vaak snel en flexibeler inspringen op nieuwe behoeften. Zodra er figuren zijn die zich niet kunnen houden aan de minimale eisen van de menselijke ethiek is er wederom een wet- en regelgeving nodig om misbruik van de situatie tegen te gaan. Goede persoonlijke relaties gaan dan ten koste van persoonlijk winstbejag. Deze ervaring heb ik van het NIOW. Dit instituut was een instituut met een dubbele signatuur, een januskop naar buiten toe. Heb ik met NIOW-Talen acht jaar gevochten om dit instituut in te passen in een samenhangend gereguleerd stelsel van educatieve voorzieningen, Boogaard was er met NIOW-BMO B.V. en voordien NIOW v.o.f. uitsluitend uit op het maken van winst. De kwaliteit van het door hem te leveren produkt was voor hem niet zozeer ter zake doende. Nadat Boogaard voor mij en mijn vrouw het slot op de deur heeft gedaan van het pand waar mijn instituut was gevestigd is hij doorgegaan met de praktijken die hij al eerder was begonnen in 1969 en heeft hij zijdelings nog even het voordeeltje kunnen meepakken dat NIOW-Talen door de minister erkend zou worden. Gemakshalve heeft hij toen voor NIOW-BMO de erkenning aangevraagd en mij met de door hem veroorzaakte problemen van NIOW-Talen proberen op te zadelen (liquiditeitstekort van zes ton in 1981). Mijn belangstelling is dus niet gewekt door subsidiefraude, want wij maakten nooit van subsidies gebruik. Wel is mijn belangstelling voor criminaliteit en drugs gewekt nadat Leo de Vries mij had verteld dat hij en Boogaard een opdracht hadden gekregen om een onderzoek te verrichten in Colombia. "We hoefden alleen maar een rapportje te maken" aldus De Vries "en we kregen de hele reis vergoed". Daarna hebben beiden naar zijn zeggen gratis een week van de reis mogen uitrusten op Aruba. Ik denk dat er hier fundamenteel iets niet klopt. Kort nadat Boogaard mij de zaak had uitgewerkt en mij met een vordering van drie ton had opgescheept heeft hij een krant uitgegeven onder de naam "NIOW IN HET NIEUW(S)". Op grond van de aanklacht die hij tegen mij heeft ingediend zou het NIOW een negatief vermogen van ongeveer drie ton hebben opgebouwd. Desalniettemin kondigt Boogaard in bovengenoemd krantje - dat ik op de leestafel van Nieuw Elan in Hoofddorp aantrof - aan, dat het NIOW een nieuw pand zou gaan betrekken in DRIEBERGEN. Zoals je weet heb ik in een later stadium dit pand in DRIEBERGEN bezocht en Boogaard heeft mij toevertrouwd dat de exploitatielast van dat pand een half miljoen per jaar zou bedragen. Ik vraag mij af hoe hij dit heeft kunnen financieren. Ik wil niets suggereren, maar de door jou juist gesignaleerde gebeurtenis met de "Hells Angels" op de Berendonck, nadat ik het jou bekende politiebericht had afgegeven, bevat voor mij maar één boodschap: Houd je mond, anders zullen we nog andere maatregelen gaan treffen. In dit verband is het wel zinvol om van de heer Kray, die door VBMO-leden in 1983 van subsidiefraude werd verdacht, te vernemen wat hij bedoelt met "het onderwijs is gecriminaliseerd". Het interesseert mij of hij daarbij ook aan het NIOW denkt en op welke wijze. Ik denk dat je zijn gegevens via het Westfries Dag/avondcollege in Hoorn kunt krijgen of via de redactie van De Telegraaf. Je kunt natuurlijk vertellen dat je een onderzoek verricht naar criminele elementen binnen het particulier onderwijs, op grond van je eigen ervaringen, maar noem in geen geval mijn naam daarbij. De uitspraak van de heer Kray staat in een artikel van 24 april 1993 onder de titel "Gewonnen maar toch zwaar verloren". Ik ben in mijn dossiers op zoek gegaan naar dit artikel, maar heb hem niet zo snel kunnen vinden. Zodra ik het artikel tegenkom zal ik hem opsturen. Misschien wil de redactie van De Telegraaf ook wel haar medewerking verlenen. Telegraaf en TROS zijn nauw met elkaar verbonden. De nieuwe directeur van de TROS is de heer Fred Bakker. Fred Bakker is de echtgenoot van een van mijn voormalige districtleidsters van het NIOW te Doorn, voormalig docente Spaans van mijn oudste zoon Mark. Mark en E. hebben vorige week donderdag nog even met hem gesproken in de TROS-studio te Hilversum waar Mark op uitnodiging van de TROS was voor een auditie en screentest voor een presentatorsfunctie van een nieuw jeugdprogramma. Fred Bakker is op de hoogte van mijn NIOW-problematiek. Hij heeft ooit bij mij thuis met mij en Peter een avond zitten praten om te kijken hoe we dat probleem toen, publicitair, konden aanpakken. "In het verborgene" hebben naar mijn idee ook gesprekken plaatsgevonden tussen Boogaard en De Baak. Ik sluit niet uit dat Boogaard dezelfde leugens aan De Baak heeft verteld als hij ook de officier van justitie heeft doen geloven. Mijn ontslag bij De Baak kwam ongeveer een maand nadat ik Boogaard lachend van de heer Lulofs afscheid had zien nemen. Ongetwijfeld moet dit ook een determinant van de "zwaarwichtige redenen" zijn geweest. Boogaard had immers in de juridische procedure het loodje tegen mij moeten leggen en ik wist hoe hij vanaf 1969 had gemanoevreerd met zijn instituut. Zo is de Stichting Nationaal Onderwijs jarenlang een ideële dekmantel geweest voor een commerciële activiteit. Via valsheid in geschrifte hebben Boogaard en De Vries mij en Peter ooit als bestuurders van deze stichting buiten ons medeweten bij de Kamer van Koophandel in Den Haag aangemeld. Peter heeft verontwaardigd gereageerd toen ik met mijn "oude partners" weer contact had opgenomen. Ook L. reageerde geschrokken toen ik haar dat mededeelde. Jouw vermoeden dat er zich achter de coulissen krachten hebben laten gelden waarvan ik geen kennis heb deel ik. Je noemt mijn Endlösung-hypothese 'zondebok', het hanteren van de stok achter de deur. De zondeboktheorie is in de managementkringen van De Baak een bekend gegeven. Boogaard en Van Goethem hebben deze theorie bewust op mij toegepast. L. doorzag die listen en noemde het de 'omkering van de bewijslast'. Ook wenste zij in geen geval dat Joop Tegels als zondebok zou worden aangeduid voor het probleem dat bij Nieuw Elan was ontstaan. Ik weet niet waarom José niet meer bij Nieuw Elan werkzaam is. Misschien zijn er geen projecten meer voor haar. Ik kan mij niet direct voorstellen dat zij een conflict met L. zou hebben gehad, hoewel L. best radicaal is als zich probleemsituaties binnen de organisatie voordoen (denk aan Mensen/Dominska) en ik sluit niet uit dat L. het probleem Breuker/Ravenstein, na meer inzicht in de situatie te hebben verkregen, wat serieuzer is gaan opvatten. Ondanks de verzelfstandiging van Nieuw Elan is L. waarschijnlijk inderdaad nog wel enigszins afhankelijk van De Baak. Voor zover ik mij kan herinneren bestaat het bestuur van de Stichting Nieuw Elan uit drie Baakmensen en drie Startmensen plus een onafhankelijk bestuurslid. Ook geografisch is er natuurlijk nog steeds een link. Het Nieuw Elan-pand ligt nog geen kilometer van De Baak verwijderd en qua opleidingsinput is Nieuw Elan waarschijnlijk ook nog wel afhankelijk van de faciliteiten die De Baak kan bieden. Ik ben gelukkig met het beeld dat je van mij hebt gekregen en de eigenschappen die daarbij horen: geloofwaardigheid, intelligentie, integriteit, vernieuwingsgezindheid, werklust, loyaliteit, stevige gevoelens van rechtvaardigheid, ambitieus. Er is wel een acceptabele ontslagmotivering. Mr. Gijs van Amstel heeft dat alsvolgt gemotiveerd: "dat de activiteiten van de werkgeefster - kort gezegd - bestaan uit het verzorgen van trainingen en opleidingen voor het bedrijfsleven waarbij in de loop der tijd een onderscheid is gemaakt tussen activiteiten, ontwikkeld voor grote en zeer grote bedrijven (onder de naam De Baak), activiteiten gericht op het midden- en kleinbedrijf (onder de naam RegioBaak) en opleidingsactiviteiten ten behoeve van relatief moeilijk plaatsbare hoger opgeleide werkzoekenden (onder de naam Nieuw Elan); dat na een aantal jaren van bedrijfseconomische voorspoed het beleid binnen de onderneming van de werkgeefster niet voldoende is aangepast aan veranderende omstandigheden, mede ten gevolge van onverwacht wegvallen van een met reorganisatie belaste directeur van De Baak, op grond waarvan nu reeds anderhalf jaar vrij ingrijpende reorganisaties plaatsvinden; dat deze reorganisaties in zoverre vruchten beginnen af te werpen dat de hoofdactiviteit van De Baak, naar het zich thans laat aanzien, binnenkort kostendekkend of licht winstgevend zal zijn; dat dit herstel nog een aantal jaren zal moeten voortduren om de verliezen over de afgelopen jaren enigszins te compenseren; dat echter de activiteiten binnen Nieuw Elan, gezien de beschikbare cijfers over het eerste kwartaal 1991, verliesgevend blijven zonder reëel vooruitzicht op enige verbetering, zelfs alleen maar zicht bieden op verdere achteruitgang; dat De Baak deze verliezen niet meer kan dragen op grond waarvan er binnen Nieuw Elan in de meest vergaande vorm bezuinigd moet worden; dat het gevolg hiervan is dat er alleen werkgelegenheid resteert voor die werknemers binnen Nieuw Elan die op dit moment feitelijk betrokken zijn bij bestaande, lopende cursussen en trainingen, waarbij dit aantal zo beperkt is dat alle resterende staf- en begeleidingsactiviteiten door de binnen de hoofdactiviteit van De Baak werkzame werknemers verricht kunnen worden; dat de werkgeefster op grond van het voorgaande de wens te kennen heeft gegeven tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer te geraken; dat partijen vervolgens in nader overleg tot een regeling hieromtrent zijn gekomen."

Waarschijnlijk is dit een antwoord op veel van jouw vragen. Ik ben met deze regeling accoord gegaan nadat L. mij steeds van alle bedrijfseconomische ontwikkelingen van Nieuw Elan op de hoogte heeft gehouden. Zij heeft met haar advies om mij door een advocaat te laten bijstaan waarschijnlijk niet zo'n groot risico genomen omdat de bedrijfseconomische ontslagmotieven zo evident waren dat de rechter deze automatisch zou accepteren. Dit neemt niet weg dat ik het met je eens ben dat het een edelmoedig signaal van haar is geweest naar mij toe en ik ben ervan overtuigd dat het haar echt moeite heeft gekost om mij te moeten ontslaan. Dat geldt ook voor haar Baak-collega Nelleke Westerhof, die zich in het zwart had gekleed op het moment dat zij mij het moeilijke nieuws moest doorgeven. De ontslagmotieven zijn bedrijfseconomisch en juridisch dus evident, hetgeen niet wegneemt dat er achter de schermen informatie uitgewisseld kan zijn die ertoe geleid heeft bovengenoemde formulering op mij van toepassing te verklaren. M.b.t. het relatienetwerk en de uitwerking van conceptuele aspecten heb je gelijk door te stellen dat ik nog over onvoldoende info beschikte om de zaak van start te laten gaan. In de tijd dat ik gesprekken voerde met L. had ik geen contact met Peter en nadat het contact met Peter is hersteld is het contact met L. komen te vervallen. Een coïncidentie? Dat ik mijn huwelijk in mijn vrije tijd heb opgeofferd voor een nieuw toekomstideaal is inderdaad extreem gesteld. Ik stel vast dat ik dit achteraf heb geconstateerd. Op het moment dat ik mij voor mijn toekomstideaal ging inzetten ben ik mij er niet van bewust geweest dat dat ten koste ging van mijn gezinssituatie. Ook E. is achteraf tot de conclusie gekomen dat zij al eerder het huwelijk wilde beëindigen. Leo de Vries heeft mij eens gezegd "als hadden komt is hebben te laat". Dit ben ik met hem eens. Dit n.a.v. je opmerking dat Nieuw Elan meer en nieuwe taken voor mij had dienen te ontwikkelen in plaats van mij te ontslaan. Ik hoop dat er een tijd komt dat Nieuw Elan of De Baak weer eens de mogelijkheid krijgt dié verantwoordelijkheid naar mij toe aan te gaan en ook beseft dat ik deel uitmaak van het relatienetwerk. Ook voor de heer Lulofs heb ik belangrijke diensten verleend naar zijn eigen zeggen tijdens het kerstdiner van 1991. Bedankt voor je intensieve beantwoording van mijn vragenlijst. Je hebt geen enkele reden om je te verontschuldigen. De beantwoording van deze vragen getuigt van veel denkwerk. In een volgende samenkomst moeten we er maar eens verder over praten. Ook hartelijk dank voor je reeks uitspraken en zienswijzen betreffende psychiatrie/psychiaters en de artikelen over 'falende en liegende' artsen. Zij hebben eraan bijgedragen dat ik mijn huidige situatie wat kan relativeren. Ook heb ik op grond hiervan de conclusie getrokken dat de medewerkers van de afdeling dagtherapie van het Sint Radboudziekenhuis het lang niet zo slecht doen en dat ik naar mijn idee best in goede handen ben. Maar ik blijf wel op mijn hoede. Tot je telefoontje. Vriendelijke groet en fijne kerstdagen.

5 JANUARI 1994 JAARWISSELING IN MAARN

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is legally registered at the Benelux Trade Registrar under deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings and courses and is a tradename of the Foundation Cervantes Benelux in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX está legalmente depositado como marca comercial en el registro de marcas del Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277 y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes Benelux en Nimega, inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse 41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam van de Stichting Cervantes Benelux te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer van Koophandel te Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN