INSTITUTO CERVANTES BENELUX ENGLAND AND WALES

Opleiding en Training, Werving en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed

DE MANAGEMENTGOEROE

DE HISPANIST

DE ORGANISATIEDESKUNDIGE

DE FINANCIEEL ECONOOM

Nijmegen, 21 mei 1994 Beste Tjitse, Hartelijk dank voor je brief van 18 mei jl. Ik heb het gevoel dat onze correspondentie op dit moment vruchten gaat afwerpen. Je hebt je sterk in mijn persoonlijke situatie verdiept, maar eveneens komen er nu sterke verschillen van inzichten aan het licht. En dat is niet erg. Ik houd ervan om die verschillen van inzichten onderling ter discussie te stellen. Zo kom je samen tot een iets helderder beeld van wat onder 'de waarheid' kan worden verstaan.

1. Liefde/trouw

Ik dank je voor je medeleven bij het overlijden van Wim van der Heijden en het begrip dat je hebt voor het feit dat ik mij met hem heb geïdentificeerd. In mijn geval symboliseerden de rozen echter geen erotische avonturen, wel de liefde voor een vrouw die ik heb gemeend te begrijpen en van wie ik heb gedacht dat zij mij begreep. Ik begrijp helaas helemaal niet wat je bedoelt met

"Zeer tot mijn spijt moet ik namelijk constateren dat ondanks vroegere genegenheid en liefdesuitingen jegens jou, zij naar mijn mening de gedragingen waar jij zo naar hunkert aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet opnieuw zal laten blijken. Indien ze weer zou blozen, dan komen de prikkels op een andere manier tot stand dan vroeger. Helaas."

Ik hunker helemaal nergens naar. L. is een getrouwde vrouw en dat respecteer ik. Ik vind het alleen belangrijk dat zij weet wat er in mij leeft. Het is aan haar om daar op te reageren op haar eigen manier. Het enige wat mij frustreert is dat ik geen contact met haar kan krijgen door haar 'communicatie-embargo'. Dat is wel mijn probleem en jij kunt me bij de oplossing van dat probleem helpen. Ik vraag mij af hoe je aan deze uitspraak komt. Zijn het eigen fantasieën of het resultaat van empirisch onderzoek?

2. Ottenhoff/Halbertsma

Ik voel mij niet door PO en L. in de steek gelaten. Absoluut niet. Ik heb er begrip voor dat zij hun eigen leven hebben en L. heeft mij niet laten vallen. Zij heeft duidelijk laten weten dat zij haar grenzen heeft. Zij heeft jou ook laten weten dat zij ook andere oud-collega's haar aandacht moest geven. Een mens heeft maar 24 uur per dag en dat geldt ook voor L.. Zij heeft jou ook zwart op wit laten weten dat zij jouw bezorgdheid over mij deelde, maar dat zij verder als oud-collega niet veel meer kon doen. Ik vind dat een realistische uitspraak. En ik geloof haar daarin. Zij heeft mij nog nooit een onwaarheid verteld. Ik ben mij er wel van bewust dat er in Baak- en Nieuw Elan-kringen werd gewerkt met 'verborgen agenda's'. Toen Ferrie Hartman met L. had gesproken, kreeg ik van hem te horen dat het afgelopen moest zijn met de 'verborgen agenda's'. Natuurlijk kan L. niet onbeïnvloed zijn van de technieken van het Strategisch Management zoals dat in Baakkringen wordt gepropageerd, maar ik kan mij absoluut niet aan de indruk onttrekken dat L. zich altijd eerlijk aan mij heeft gepresenteerd. Zij vertelt althans geen leugens, hetgeen niet wil zeggen dat zij niet exact zou weten wat ze wel en niet aan wie kan vertellen. Daarin is zij een ster. Ik heb hierbij ook het SBO-artikel uit Trouw van 26-8-87 "De opmars van het particulier onderwijs" gevoegd. Zij moet van dat artikel op de hoogte zijn geweest, want aan het eind van mijn werkbare periode kreeg ik van haar het verzoek om een studie te verrichten naar de ontwikkeling van de bedrijvenmarkt op de Luchthaven Schiphol. Ik denk dat ik haar na mijn jarenlage ervaring met haar nu wel goed kan beoordelen, los van de gevoelens die bij mij zijn losgekomen, maar dat zal waarschijnlijk ook wel zijn gebeurd doordat ik veel van mijn karaktereigenschappen - die jij aanduidt met stevige intelligentie, werklust en bovenmatig rechtvaardigheidsgevoel - in haar heb teruggevonden. L. was ook sterk afhankelijk van mij. Dat ligt voor de hand. Zij heeft dat ook tot uitdrukking gebracht op die dag in oktober 1990 - de neuzen in de wind en de dag van de rozen - waarin ze zei: "Vandaag wordt er een nieuwe leider geboren".

Die heeft zij in mij gezien - althans zo geloof ik dat - en die prophecy houdt mij op de been, al zou ik volgende maand (20.6.94) te horen krijgen dat ik een tumor in mijn hersenen zou hebben.

4. Positief denken

Alleen positief denken houdt mensen op de been. Anders niets. Hierover ben ik het met PO eens, ofwel PO met mij. Ik had hem vrijdagavond aan de telefoon en het was weer een genot voor mij om met hem te spreken. Ik vind niet dat PO mij in de steek heeft gelaten, althans kies ik voor die gedachte. Hij heeft de verantwoordelijkheid voor zijn vrouw en de SBO. Hij is elke maandag bezet met het geven van colleges aan de Universiteit van Amsterdam en als fractievoorzitter van de VVD in de gemeente Houten wordt er ook veel energie van hem verwacht. Ik kan moeilijk van PO en L. verwachten dat zij zich continu met mijn probleem bezighouden. L. heeft zich naar mij toe al verantwoordelijk getoond door via een tussenpersoon Bob van Aalst in te schakelen, nadat ik haar van mijn persoonlijke problematiek op de hoogte had gesteld en ik haar had laten weten dat ik warme gevoelens voor haar had gekoesterd. Ik heb daarvoor het allergrootste respect. L. heeft mij, naar mijn idee, wel willen steunen. Zij heeft Ferrie Hartman aangeboden in het ziekenhuis met hem over mij te komen spreken. Ik kan mij heel goed voorstellen dat zij met mij geen contact kan hebben. Ik kan me namelijk moeilijk aan de indruk onttrekken dat als ik gevoelens van liefde in haar richting heb, die gevoelens ook bij haar opgewekt kunnen worden wanneer zij met mij in contact komt en dat brengt haar in de war. Dat kan zij zich niet veroorloven. Ik heb al eerder gemerkt dat zij daar een probleem mee had. Je merkt dan ook terecht op dat het voor een vrouw niet gemakkelijk is zich in een keiharde mannenwereld te handhaven. Zij kan het zich ook niet veroorloven dat zij op de een of andere manier in verband wordt gebracht met mijn echtscheiding en dat respecteer ik ook. Ik probeer mij ook heel goed in haar situatie te verplaatsen.

5. Einde speculaties

Zowel PO als L. weten wat er in het netwerk omgaat. Ik heb PO een tijd geleden een brief geschreven met een beschrijving van hetgeen mij het afgelopen jaar is overkomen. Hierin heb ik hem op de hoogte gebracht van de brief uit Parijs aan L. van februari 1992, waarin hij en Gerda zijn genoemd. Ook heb ik hem zwart op wit geschreven dat ik van L. houd en eraan toegevoegd "dat is toch geen doodzonde?" Ik heb hiermee ook beoogd een definitief einde te maken aan allerlei speculaties die er t.a.v. de relatie tussen L. en mij de ronde deden. Zij is nu definitief buiten schot. L. heeft part nog deel aan mijn echtscheiding. Daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Ik heb PO mijn vertrouwen gegeven door hem die brief te schrijven. Ik heb van hem echter geen ontvangstbevestiging ontvangen, waarom ik had gevraagd. Ik ben ervan uitgegaan dat hij redenen heeft om die ontvangstbevestiging niet te sturen, maar hij weet nu gelukkig wel meer en daar is het mij om te doen. Ik heb in 1991 gekozen voor een situatie waarin ik steeds de beginzet moet doen om het initiatief te houden en ik heb er geen probleem mee dat PO zich in mijn situatie terughoudend heeft opgesteld. Ook PO heeft zijn nachtmerries overgehouden aan het NIOW-conflict. PO en Gerda zijn net zo lang in hun eigen huis gegijzeld geweest als ik terwijl wij geen van beiden echt boze bedoelingen hadden. Wij hadden samen een nieuw ideaal. Door aan dat ideaal te blijven geloven heeft PO nu nog steeds een uitstekend opererend opleidingsinstituut en ben ik uiteindelijk bij concurrent Nieuw Elan in de staf terechtgekomen.

6. Mijn functie bij Nieuw Elan: voorbeeldfunctie (volgens Hortensius)

Ik realiseer me nu dat ik eigenlijk drie directeuren heb opgeleid: OTTENHOFF, Halbertsma en De Jong. Want het is natuurlijk wel duidelijk - en door velen bij Nieuw Elan ook uitgesproken - dat ik Nieuw Elan ben binnengehaald vanwege mijn know how, die voor een prikje op de arbeidsmarkt te koop was. Er werd zelfs geld bij betaald. Een handige manier van zakendoen. Maris heeft Annet de Jong aan mij gekoppeld om van mij te kunnen leren, denk ik. Zij heeft mij op alle mogelijke manieren tijdens mijn 'stage' uitgehoord en zij heeft kennis kunnen nemen van mijn werkwijzen. Ook heeft zij aan mij een voorbeeld gehad van een manager in de midlife-crisis en met die ervaring heeft zij in eerste instantie als projectleider van de MLP-opleiding kunnen optreden en daarna als directeur. Ik ben het met je eens dat Annet daarbij een intelligent strategisch plan moet hebben gehanteerd. Dat heeft ze dan goed gedaan, maar je begrijpt natuurlijk ook wel dat ik niet zo hard sta te springen om ooit nog eens met Annet de Jong in contact te komen. Nieuw Elan heeft voor mij afgedaan, hoewel ik er veel heb geleerd. Het verschil tussen Annet en L. is dat L. mij persoonlijk om mijn steun heeft gevraagd en Annet mijn know how heeft misbruikt in haar voordeel in plaats van in het voordeel van de Nieuw Elan-cursist voor wie het arbeidsbureau twintigduizend gulden had neergeteld. Ik vind persoonlijk dat Annet - in het voetspoor van Maris - op oneigenlijke wijze gebruik heeft gemaakt van de ten behoeve van mijn toekomstige loopbaan uitgetrokken subsidiegelden. Dit geldt niet voor L.. Via haar kreeg ik een arbeidscontract met een realistische salariëring en daarin heeft L. haarzuiver gehandeld.

7. Voorstel OTTENHOFF: een tijd het land uit of samen vissen

PO en L. hebben voor mij niet afgedaan. Wat dat betreft ben ik blij dat L. bij Nieuw Elan weg is en dat zij met PO contact heeft gehad. PO heeft er nu volledig begrip voor dat ik bij E. ben weggegaan. Hij heeft mij overigens al in juli 1991 geadviseerd het "probleem E." op te lossen. Zie mijn SBO-case, bijlage van mijn brief van 19 september 1993, blz. 7. In mijn telefoongesprek van vandaag heb ik je al laten weten wat zijn voorstel is. Ik bespreek dit weer in de therapie. PO stelde mij voor om een tijdje naar Spanje te vertrekken om daar weer mijzelf te worden. Hij had - na mijn reis door Spanje in 1992 - vastgesteld dat mij dat goed had gedaan. En dat was ook zo. Ik heb hem nu echter geattendeerd op mijn hoofdpijnprobleem en de beperkingen die mij vanuit mijn therapie worden opgelegd. Ik heb hem ook laten weten dat ik binnenkort buiten de sector particulier onderwijs, binnen mijn eigen grenzen, aan het werk ga. De CRI heb ik nog niet genoemd om te voorkomen dat zijn fantasieën op hol slaan.

8. Strategische netwerkanalyse

Ik werd vanmorgen ook gebeld door Frank van Boxtel, de initiatiefnemer van het interne Lions-serviceproject "John van der Heijden". Hij had even daarvoor met Jan Wilzing contact gehad, die al volop in Zwolle aan het werk is. Frank had de indruk dat er in de toekomst een baan voor me in zou zitten bij de CRI. Ik reken daar vooralsnog maar niet op, maar probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen en mij goed te informeren. Ik denk echter wel dat ik met mijn strategische netwerkanalyse - de hoofdactiviteit van de CRI - waarvan jij getuige bent, mijn visitekaartje wel heb afgegeven. Wellicht zijn er in de toekomst nog koppelingen mogelijk i.v.m. jouw detective-aspiraties. Ik ontvang maandelijks het informatieblad van het detectivebureau Hoffman uit Amsterdam met recherchetips voor het bedrijfsleven. Als het je interesseert wil ik die op 3 juni wel meenemen. Ik vind het een boeiende materie en het sluit aan bij wat ik bij de CRI ga doen.

9. Ethiek en integriteit

"Jarenlang heb je grote gevechten gestreden, veel teleurstellingen moeten incasseren, mokerslagen toegediend gekregen. Niet zelden werden integere normen en waarden onder te grote druk gezet, waarbij je soms gedwongen werd om ethische principes geheel of ten dele uit te schakelen om te overleven. Er zijn vele mensen geweest die je pad doorkruist hebben maar ook veel mensen die mijlenlange tochten met jou zijn meegewandeld, soms tot diep in de nacht."

Dit klopt denk ik wel. Wat die ethische principes betreft ben ik daar voor het eerst door L. mee geconfronteerd. Zij heeft mij ooit eens de vraag gesteld "Vind je dat ethisch?" De cultuur van het werk waarin ik bij het NIOW werkte was per definitie onethisch. Het principe van eigenbelang overheerste het inlevingsvermogen in de medemens. Het NIOW hanteerde het beginsel "betalen zullen ze, of ze nou dood zijn of levend". PO en ik hebben ons daartegen verzet en we zagen aanvankelijk geen andere manier dan Boogaard te bestrijden met zijn eigen middelen. Wij waren er ons overigens niet van bewust dat wij iets oneigenlijks deden. Boogaard had immers ook in zijn eigen tijd het IBO opgericht en ik weet dat hij in NIOW-tijd voor het IBO zat te werken. Hij liet zich natuurlijk dubbel uitbetalen. Dat deden PO en ik niet. Wij werkten in de vrije tijd aan de SBO en in werktijd aan NIOW-Talen. Is dat onethisch? Je weet onderhand wel wat die twee heren allemaal hebben uitgespookt. Ik kan mij POs en L.s verontwaardigde reactie best voorstellen toen ik hen vertelde dat ik met Boogaard en De Vries contact had gehad. Jij behoort tot die mensen die tot diep in de nacht met mij zijn meegewandeld. Dat geldt ook voor PO. Ik vind wel dat hij in 1987 enkele domme dingen heeft gedaan, maar dat vindt hij ook van mij. Daar houd ik het nu ook bij en kijk liever vooruit dan achterom. Van fouten moet je leren. Elke dag is het begin van een nieuw leven en ik laat mij niet frustreren doordat goede vrienden geen contact met mij opnemen. Bouwen aan (nieuw) vertrouwen is het uitgangspunt van mijn handelen nu. PO heeft mij geadviseerd E. de gelegenheid te geven onafhankelijk van mij haar eigen leven te laten leiden. Hij is een zeer intelligente tot geniale knaap, cum laude voor zijn doctoraal Frans afgestudeerd, de beste docent die ik heb gehad en er zijn een paar honderd universitair afgestudeerde docenten door mijn vingers gegaan. Alleen mijn docentenbestand bevatte al 2200 namen (voor niemendal naar NIOW-BMO gegaan). Ook PO weet intelligent met informatie om te gaan en ik weet niet waarover hij met L. Halbertsma heeft gesproken. Het lijkt mij niet voor de hand liggend dat zij niet over mij gesproken zouden hebben. Beiden hadden hun directiefuncties bij respectievelijk SBO en Nieuw Elan aan mij te danken en beiden hebben sterk onder mijn invloed gestaan.

10. Arbeidsethos

PO vertelde mij in het telefoongesprek nog dat hij van mij had leren werken. Ik was naar zijn zeggen een toonbeeld van werklust en ijver. Hij begreep in het begin niet dat ik zoveel energie kon opbrengen voor dat instituut en spreekt met minachting over het arbeidsethos dat onder de Nederlandse bevolking bestaat. Daarmee wordt hij nu ook in zijn cursusgroepen geconfronteerd. Miljarden guldens worden er in omscholingsprojecten geïnvesteerd, maar slechts weinigen nemen de verantwoordelijkheid om een bijdrage aan de maatschappij terug te geven. Het verhaal van de Poolse aspergestekers in Limburg is daarvan een schrijnend voorbeeld. De Nederlandse mentaliteit wordt in het algemeen gekenmerkt door de opvatting "laat de ander het maar doen". Het land is lui geworden en we staan aan de vooravond van de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog. Het bijgaande artikel van Piet Verrijt uit de Gelderlander van vandaag zal jou dan ook bijzonder aanspreken, neem ik aan. Ook hier is echter weer een gat in de markt: waar problemen zijn is werk en daar moeten we ons maar aan vasthouden. Het Trouw-artikel van 26-8-87 geeft aan hoe pro-actief PO en ik altijd hebben gedacht en gehandeld. Uit de van mijn ontvangen correspondentie kun je natuurlijk nu ook opmaken wie de geestelijke vader van dat artikel is geweest en waarom ik bij Nieuw Elan de "man achter de schermen" werd genoemd.

11. Nieuwe strategieën

Uiteraard hebben wij elkaar beïnvloed en geleerd strategisch en operationeel management te voeren. Ik zit nog steeds in die strategische fase en hoop dat mijn gezondheid zich ooit weer op een zodanige wijze ten goede keert dat het Instituto Cervantes Benelux op mijn initiatief operationeel kan worden. Ten opzichte van de Spaanse overheid sta ik, strategisch gezien, in een voordeelpositie. Ik heb alleen een groep nodig die mijn idee verder kan oppakken. Ik blijf werken vanuit een gesloten verdediging, vandaar mijn positionering binnen de CRI. Wellicht ontstaan er mogelijkheden voor een nieuw aanvalsplan waarbij de publiciteit gekozen kan worden. Ik vind het op zich al een goede zaak dat je in verband met je problematiek met de gemeente Groningen van plan bent de publiciteit te zoeken. Ik heb er ook behoefte aan dat er - zeven jaar na dato - in de Nederlandse bladen een artikel komt over de geestelijke vader van het erkend particulier onderwijs. Met Loek van Munster, die ik vertrouwelijk deelgenoot heb gemaakt van de door mij gesignaleerde problematiek van Cees van Lede en de gevolgen hiervan voor mijn gezin, heb ik echter afgesproken voorlopig 'low profile' te blijven opereren en ik ben blij dat ik daarbij de volledige ondersteuning van het Radboudziekenhuis ondervind. Ik wil, communicatief gezien, in principe niet om PO en L. heen. PO heeft er zijn bezorgdheid over uitgesproken als mijn naam in publikaties aan de SBO verbonden zou worden en ik heb hem op 13 juni 1993 geschreven:

"De keus waarvoor jij mij hebt gesteld is voor mij niet moeilijk te maken. Natuurlijk hecht ik grotere waarde aan onze persoonlijke verstandhouding dan aan het vastklampen aan een situatie waarbinnen ik kan worden geconfronteerd met elementen die niet meer tot mijn belevingswereld behoren. Het niet verbinden van mijn naam aan de SBO is uiteraard wel een onmogelijke opgave. Ik heb dat instituut opgericht en niet anders. Je kunt de werkelijkheid en de geschiedenis geen geweld aandoen. Dat heb ik je al eerder duidelijk gemaakt. Ter wille van jou zal ik mij echter low profile blijven opstellen en ben bereid met jou persoonlijk in overleg te treden wanneer ik ten behoeve van mijn toekomst genoodzaakt ben mijn biografie aan derden te verduidelijken. Dit ter voorkoming van eventuele schade aan jou persoonlijk of aan de SBO."

Er ligt dus een schriftelijk gedaan commitment waar ik ook zorgvuldig mee zal omgaan. De brief aan L. die wij samen concipiëren zal een sleutelfunctie moeten krijgen in het kader van jouw en mijn toekomstplannen en een eventueel persoonlijk PR-plan. Het wordt dus niet "mijn" brief aan haar, maar onze brief, door jou verzonden, of beter nog: jouw brief met onder meer een boodschap van mij. Ik vind het dan ook volstrekt juist dat jij de brief zeer kritisch bekijkt en van aantekeningen voorziet. Wellicht zal hij in een later stadium in de publiciteit gebracht moeten worden. Ook dat moeten we in het weekend van 3-5 juni zeer zorgvuldig gaan vaststellen: doelen van jou, doelen van mij, gemeenschappelijk doel en communicatieboodschap. L. is zeer gevoelig voor zakelijke informatie, ofwel zakelijk geschreven brieven. Bij nader inzien lijkt het me in dat verband nog niet zo gelukkig dat mijn emotionele stuk in de brief blijft over crematie e.d. Wellicht kom jij in de gelegenheid om haar dat persoonlijk te vertellen. Ik denk er verder over na.

12. Persoonlijke PR-plannen

Jouw krantenartikel van vorige week over Thijs Libregts is voor mij zeer inspirerend geweest. Je kunt hieruit opmaken hoe belangrijk een stukje publiciteit kan zijn. Libregts is gisteren benoemd tot directeur van Feijenoord. Het is dus best mogelijk dat mensen op hogere leeftijd nog een goede functie kunnen krijgen en dat geldt ook voor jou en mij. Een goed stuk PR doet wonderen. Ook jij bent geen onbekende in het wereldje van de journalistiek. Je hebt verschillende publikaties op je naam waarmee je je geloofwaardigheid aan de pers kunt aantonen. Ook mijn acties van de afgelopen 15 jaar zijn, denk ik, een publikatie waard. We moeten ook hierbij zorgvuldig afwegen welke effecten publikaties kunnen veroorzaken. Heb jij bijvoorbeeld een idee welk effect het "Trouw-artikel" bij Boogaard en De Vries heeft opgeroepen? Met name de tekst "Een van de eerste mondelinge opleidingen die de SBO heeft opgezet is die tot handelsvertegenwoordiger. Deze opleiding loopt al enkele jaren in een aantal plaatsen in het land en doet het bijzonder goed" heeft bij Boogaard en De Vries veel kwaad bloed gezet. Deze uitspraak is overigens niet conform de waarheid. Ik schrijf dit niet om daarop terug te komen, maar om hier lering uit te trekken.

13. Hortensius

"Je vooruitziende blik voorzag reeds 4-5 jaar geleden het nut van samenwerking, doch de 'hufter' Hortensius behandelde jou als een kwajongen zoals een meester een schooljongen op autoritaire wijze het zwijgen oplegt. Het legen van de prullenmand was evenmin een blijk van collegialiteit en gelijkwaardigheid. Ook hij liet jou in het voor hem dichtbijstaande St. Radboud in de steek, toen je hem als mederedder van Nieuw Elan nodig had."

Het is inderdaad ook bijzonder onverstandig van Bert geweest om mij op die manier te behandelen. Ik zie echter twee kanten aan de medaille. Hortensius was, volgens José Ravenstein, een uitmuntend strateeg. Ook hij was sterk in manipulaties. In de betreffende prullenmand zaten vertrouwelijke stukken met informatie waarvan hij het misschien wel belangrijk vond dat dat openbaar zou worden, maar waarvoor hijzelf de verantwoordelijkheid niet wilde nemen. Stukken die voor jouw zaak van belang zijn. Ik denk dat hij mij daarmee in de verleiding heeft willen brengen om vertrouwelijke gegevens van de Baak over straat te brengen. Die verleiding heb ik echter weerstaan. Op blz. 258 schrijf ik aan jou:

"Hij is bij Nieuw Elan tegen een - ook door mij voor een deel gesignaleerde - organisatieproblematiek aangelopen die hij samen met u tot een oplossing heeft gebracht en waarover hij mij geen nadere mededelingen wil doen, omdat dat - naar zijn zeggen - een zaak is tussen hem en u."

In mijn aangetekende brief van 1 april jl. aan de heer Lulofs heb ik geschreven:

"Nadat ik eind oktober 1989 was benoemd tot office-manager bij Nieuw Elan werd ik ongewild geconfronteerd met vitale bedrijfsinformatie van de Baak/Nieuw Elan. Het betrof begrotingen, prognoses, financiële resultaten in de voorgaande jaren, juridische constructie, organisatorische problemen, problemen m.b.t. de informatievoorziening van de Baak-administratie aan het Nieuw Elan-management, onvoldoende aansluiting van de operationele werk-units en onvoldoende bescherming van bedrijfsgegevens. Ik heb deze informatie tot op heden vertrouwelijk behandeld en ik neem mij voor dat zo te houden."

Op de eerste plaats heb ik mij dus gedwongen tot een commitment aan de heer Lulofs. Verdere mededelingen kan ik aan jou dus niet doen, maar ik vind wel dat je in jouw onderzoek, ook naar mij toe, op een zeer intelligente manier te werk gaat. Je bent op een goede manier op zoek naar 'de waarheid'. Bert Hortensius heeft inderdaad niet op mijn verzoek, om mij in het St. Radboud te bezoeken, gereageerd. Ik heb geen kopie meer van de eerste brief die ik begin mei vanuit het Sint Radboud heb geschreven, maar ik kan me wel herinneren dat ik hem heb geschreven dat ik nog goed weet wat hij mij heeft verteld toen hij mij in oktober 1990 van NOORDWIJK naar Maarn had gereden. Hij had mij verteld wat zich allemaal op de kamers van de Baak afspeelde als hij daar logeerde. Er werd behoorlijk gedold met "die meiden van de Baak". Here you are! Is that the information you want? Hortensius heeft laten merken dat hij best nog een groen blaadje lust op zijn leeftijd en dat hij bij voorkeur niet met zijn vrouw op vakantie ging. Ook heeft hij, op de afscheidsbijeenkomst van Sjef van Zwieteren in De Glind, uitgebreid verteld hoe benauwd hij is van de roddelpers. "Al rijd je met een trein door India, dan nog weten ze je te vinden", vertelde hij. Hieronder schets ik je enkele fragmenten uit mijn dagboek uit die tijd: "9 juli 1991: beeld van een huwelijkscrisis 's Avonds: afscheidsbarbecue van Sjef van Zwieteren in De Glind. Aanwezig: Bert Hortensius, Annet de Jong, José Ravenstein, Sjef van Zwieteren, Pierre Jongeneelen, Petra Beck, Ruud West, Leo van Velzen, Roos Tamerus, Saskia, Cissy Ploegmakers. Bert Hortensius laat weten dat L. niet komt. (Telefoongesprek vrijdag: afspraken met Metacentrum + Schaake: extra begeleiding bij keuzeproces: de Baak betaalt indien bovenbudgettaire kosten moeten worden gemaakt. N.a.v. tel. gesprek Krijtenburg: "John, hij liegt, bel Hortensius maar"). Sjef vindt het erg jammer dat L. niet komt. Hortensius ontvangt "bedankje", informeert naar hoe het gaat. Is op de hoogte van keuzeproces outplacementbureaus en bureaus voor loopbaanbegeleiding. Leo van Velzen: Aankomst: starre blik. Kijkt over mij heen wanneer ik hem aankijk. Lijkt in gedachten. Informeert later naar mijn situatie. Vertelt over het verbreken van zijn relatie en de spanningen die daar bij optraden. Pierre Jongeneelen: vertelt luidkeels dat hij Martin Meijer en Margareth de Weerd van het arbeidsbureau Amsterdam in mei op een terrasje heeft getroffen in Barcelona. Zij logeerden beiden in hetzelfde hotel. Martin heeft Pierre gevraagd hier met niemand over te spreken. Hij was een maand gescheiden. Ik betitel Pierre met "maffioso". Pierre had al eerder in de projectleidersvergadering vertrouwelijke informatie van het TopCentre over de tafel gegooid. Bert Hortensius houdt toespraakje. Spreekt over allerlei vreemde plaatsen waar Nieuw Elan te vinden is "nadat de Baak Nieuw Elan niet meer wilde hebben" en gebruikt beelden als "met een boot van Zaanstad naar Amsterdam, op een vlot in de zee en een bijna onvindbare plaats "De Glind". Hij geeft Sjef afscheidscadeau namens Nieuw Elan-collega's, een CD van Prokoffiëf, met een persoonlijk bericht van L.. Sjef schijnt onder de indruk van de inhoud van het kaartje en stopt het snel weg.
Bert nadien druk in gesprek met "de meisjes" over Weekend en Privé. Ik noem het woord "intriges". Hier wordt niet op gereageerd.
José heeft volop de belangstelling voor haar verhaal over haar toekomstige reis naar China. Zij gaat op 1 november weg. Jacobine komt later op de avond. Informeert belangstellend. Ik zeg dat het goed gaat en we later nog wel een keer praten. Tijdens mijn afscheid was ze positief geïnteresseerd in een ontmoeting in een Jordanees café. Zij is hier bij het vertrek niet op teruggekomen. Bert Hortensius vertrekt. Geeft geen hand."

Hortensius was zeer geïnteresseerd in L. en ik heb steeds het gevoel gehad dat hij mij als een rivaal beschouwde. Toen ik hem in maart 1991 tijdens de IMS-certificaatsuitreiking van mijn huwelijksproblematiek op de hoogte stelde vroeg hij mij of ik me nog wel op mijn gemak voelde in NOORDWIJK. We moesten samen nog maar een keer praten, naar zijn zeggen. Dat gesprek heeft nooit meer plaats gehad. De man heeft m.i. nota bene L. zelf opdracht gegeven om mijn ontslag aan te zeggen. Ik heb gemerkt hoeveel moeite het haar kostte en heb daar ook impulsief, vanuit mijn gevoel ingegeven, op gereageerd. Ik moest van Hortensius het veld ruimen nadat hij zich in de auto had versproken, met alle mogelijke gevolgen vandien.

14. Veranderingsprocessen

Natuurlijk is het geen toeval dat PO mij over zijn contact met L. inlicht. Ik ervaar dit positief. Boogaard heeft volgens zijn brieven mij inderdaad opgezocht. Ik heb echter geen vertrouwen in zijn bedoelingen. Ik kan het beeld niet loslaten dat hij iets te maken moet hebben met de diefstal van mijn polstasje met inhoud uit het ziekenhuis op de laatste dag van mijn verblijf aldaar. Beelden van gedragspatronen hebben zich in mijn brein vastgezet en ik geloof niet dat gedragspatronen van mensen sterk kunnen veranderen. Elk brein is op zijn eigen manier geprogrammeerd. Veranderingsprocessen zijn langdurig en vereisen veel energie, in eerste instantie voor de 'deprogrammering'. Kijkend naar de situatie van Ger Boogaard denk ik dat de deprogrammering van zijn brein bijna uitsluitend te maken heeft gehad met het loslatingsproces van NIOW-Talen. Ik vind dat elk mens verantwoordelijk is voor zijn situatie. Dat is een persoonlijke keuze binnen gedachtenprocessen. Op het moment dat je de verantwoordelijkheid voor je eigen denkproces aan een ander overdraagt, ben je afhankelijk van die ander en bepaalt die ander jouw lot. In dat verband denk ik exact als L. en PO. L. spreekt van 'consumptief denken' wanneer men de verantwoordelijkheid voor de eigen situatie bij een ander legt. Ik denk dat dat een liberaal beginsel is. Zo ben ik verantwoordelijk voor mijn probleem en jij voor jouw probleem. Hetgeen niet inhoudt dat wij elkaar niet kunnen helpen. Dat doen we dan ook, met inachtneming van en respect voor ieders belangen.

15. Subjectiviteit

Bedankt ook voor je artikelen. Ik heb ze met belangstelling gelezen. Jij gebruikt ze ter ondersteuning van jouw visie en dat is ook je goed recht. Je stelt echter wel "Niet geheel ten onrechte stelt psycholoog hoogleraar Piet Vroon dat 'recht is psychologie'". Natuurlijk doet hij dat. Hij is immers zelf psycholoog en elke pastoor preekt voor zijn eigen parochie, om maar eens een oude volkswijsheid aan te halen. Als ik de kans krijg zal ik in publikaties ook laten weten hoe belangrijk het is Spaans als communicatiemiddel te gebruiken in het internationale zakenverkeer met Spanje en Zuid-Amerika. Iedereen spreekt vanuit zijn eigen belang. Dat is geen waardeoordeel, maar een vaststelling. Daarover zijn wij het ook eens. Ik reageer verder nog even op jouw reactie op brief 55 voor zover ik dat hierboven nog niet heb gedaan.

Het zal je inmiddels duidelijk zijn dat het er niet om gaat om L. een brief 'uit vriendendienst' te sturen, maar om ons beider belang daarmee te dienen.

16. Neuman

Je spreekt ook over een confrontatie met de "Nieuwe Man". Het is goed te horen dat je daarbij gelachen hebt, want ik denk niet dat ik een gesprek met Henk als een confrontatie moet beschouwen. Dat is al in onze briefwisseling gebeurd. Ik noem het eerder een nieuwe ontmoeting. Na de brief die ik jou gezonden heb hebben Gien en Henk nog meer brieven van mij ontvangen, zonder strategische doelstelling, maar persoonlijk als mijn oude buren. Wij, mijn gezin, hebben Henk en Gien in de sociale sfeer als zeer prettige buren ervaren. Natuurlijk is Henk een sluwe vos. Daar heeft hij zijn positie ook aan te danken. Maar ik heb hem in september 1992 duidelijk gemaakt dat het noodzakelijk was privé en zakelijk te scheiden. Ik heb Henk geconfronteerd met mijn verslag van historische gebeurtenissen binnen mijn huisgezin, maar E., ik en de kinderen hebben ook sterk meegeleefd met hetgeen zich persoonlijk bij de familie Neuman afspeelde. Zo heeft Henk ooit eens een zware operatie moeten ondergaan waarbij sterk voor zijn leven werd gevreesd. Ook daarmee hebben wij sterk meegeleefd. Met name E. is daar sterk bij betrokken geweest en heeft tijdens de operatie continu voor Henks leven gebeden. Die emotionele binding heeft E. met onze buren gehouden en het conflict in ons gezin spitste zich met name toe op de belangen van VNO en UNIE BLHP. Ook daar heb ik mee moeten leren omgaan. L. was ook in staat daar op voortreffelijke wijze mee om te springen. Ze heeft inmiddels ervoor zorg gedragen dat er vertegenwoordigers van werkgevers- (VNO/NCW) en werknemersorganisaties (FNV) in het Nieuw Elanbestuur hebben zitting genomen. Omgaan met zeer tegenstrijdige belangen dus. En dat is een grote kunst die ik nog beter hoop te kunnen leren. Ten aanzien van de relatie tussen L. en mij heb ik Henk op 19 april 1993 geschreven:

"Op 22 april 1992 heb ik met L. over mijn echtscheiding gesproken, maar eerst op 8 juli vorig jaar heb ik haar op de hoogte gebracht van het feit dat zij in verband is gebracht met mijn echtelijke problematiek. Zij heeft toen onmiddellijk besloten mijn loopbaanbegeleiding te beëindigen. L. Halbertsma is een uitermate integere manager waar ik een groot respect voor heb en houd. Ik betreur het dat een geruchtenstroom uiteindelijk tot onze echtscheiding heeft geleid. Mocht je ooit nog eens met Nieuw Elan in onderhandeling raken dan lijkt het mij goed van dit testimonium uit te gaan. Het lijkt mij een zekerder beginsel dan een geruchtenstroom. Van alle gevoerde gesprekken beschik ik over agenda's en gespreksverslagen. In verband met de concurrentiepositie van twee instituten onder één dak heb ik E. nimmer van de inhoud van deze gesprekken in kennis gebracht. Dit was haar grootste frustratie. Mijn ervaringen m.b.t. SBO en NIOW aangaande het uitlekken van vertrouwelijke informatie hebben mij toendertijd tot deze persoonlijke geheimhouding doen besluiten. Van deze motieven heb ik PO onlangs in kennis gesteld. Mag ik van jou de bron van de geruchtenstroom vernemen? Dat praat misschien wat gemakkelijker als ik weer in Maarn kom.""

De 'Nieuwe Man' is een leuke woordspeling. De gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar zullen ongetwijfeld ook van invloed zijn geweest op hem. Maar let wel: ik heb hem wel met feiten en gebeurtenissen geconfronteerd, maar heb mij - op een enkele keer na, toen ik echt boos was - nooit vijandig over en tegenover hem uitgelaten. Ik heb juridische mogelijkheden bestudeerd om te zien of er nog verhaal bij de UNIE BLHP zou kunnen worden gehaald, echter zonder Henk daarbij persoonlijk te willen treffen. Er zitten immers ook heel goede aspecten aan zijn bemiddelingspoging met het NIOW. Hij heeft echter de juridische consequenties niet goed in beeld gehad. Zo lijkt het althans. Zoals je weet is het mij er ook helemaal niet om te doen om partijen tegen elkaar op te zetten. Ik streef naar een grote rood-gele familie, zoals ik je al eerder heb geschreven en Henk en Gien Neuman hebben dat ook goed begrepen, getuige de van hen ontvangen kaarten met diep-symbolische betekenissen: bij de jaarwisseling 1992/1993 een boeket met gele en rode bloemen, op mijn laatste verjaardag - 9-11-93 - een kaart met een rode en roze roos en een bruidsslinger. Misschien heb ik me te sterk opgewonden over het bericht dat zij in Grouw willen gaan wonen en bedoelen ze het gewoon goed. Zij hebben natuurlijk ook moeten wennen aan de verandering. Of zij al in Friesland, Makkum of Grouw, vertoeven weet ik niet. PO heeft mij verteld dat Gien mij op koninginnedag in Maarn in de Lions-stand had gezien. Een bevestiging van hoe snel de informatie rondgaat.

17. Sociologische invalshoek

Jouw suggestie om L. vanuit een sociologisch perspectief te benaderen is een eye-opener. Gelukkig is onze therapiegroep verrijkt met een jonge vrouw van 23 jaar, doctoraal afgestudeerd in de sociale psychologie. Qua uiterlijk doet zij mij aan L. denken en zij heeft eveneens de Maagd als sterrenbeeld. Ook haar heb ik een opname van dat sterrenbeeld gegeven om te zien of zij zich daarin herkende. Dat bleek allerminst het geval. Zij had er hard om gelachen. Ik vind het wel prettig dat zij aan de groep is toegevoegd. Ik denk dat het een maatregel van het beleidsteam is om meer grip te krijgen op mijn problematiek. Eindelijk kan ik van gedachten wisselen met iemand met een academisch denkniveau en die op L. lijkt. Ik heb een goed contact met haar. Zij is aan de groep van acht patienten toegevoegd en is dus boventallig. Ik ben het eens met de beslissing van het beleidsteam en kan nu dus op sociaal-psychologisch niveau communiceren. Je signaleert juist dat L's studie andragogie (of andragologie) vanwege het sturende karakter een relatief hoog subjectiviteitselement heeft. Daarin ben ik mij ook gaan interesseren: het aansturen van ontwikkelingsprocessen. Dat is wat zij doet. Zij heeft naast haar andragologische studie ook een studie organisatiekunde gevolgd en is daarmee op papier zwaarder gekwalificeerd dan ik. In het Baakbericht is zij ooit aangeduid als netwerkmanager. Die functie heeft mij steeds geïntrigeerd.

18. Mismanagement

"Daarnaast dienen jij en ik blijvend beseffen.......menselijke geest" ben ik het volledig mee eens. Ik vind het wel belangrijk dat je onderscheid maakt tussen wat een organisatie propageert en welke rol een medewerker daarin vervult. Ik ben me ervan bewust dat dat wel een dilemma oplevert. Ik denk in dit verband ook aan de eerder genoemde IMS-certificaatsuitreiking waarbij ik heb gesproken met Jan Willem Snippe. Naar zijn zeggen was "het Spanjeproject" mislukt. Ik heb hem daarbij laten weten dat ik mij niet met de uitvoering van dat project heb beziggehouden omdat ik binnen de Nieuw Elan-organisatie andere prioriteiten had gekregen. Hij antwoordde mij echter: "Maar jij bent Nieuw Elan". Met andere woorden: ik zou ook verantwoordelijk zijn geweest voor de problematiek van Annet de Jong. De zaken worden dan wel aardig op zijn kop gezet. En zo vind ik ook dat je L. niet kunt aanspreken voor de problemen die Tjeb Maris bij jou heeft veroorzaakt. Ik vind het - zakelijk gezien - wel reëel dat je haar aanspreekt op de handtekening die zij onder de overeenkomst van Schuur en Ravenstein heeft gezet. Hoe ik daar tegen aan kijk weet je inmiddels.

Ik weet niet of de Baak en Nieuw Elan buiten hun eigen boekje zijn gegaan. Een groot deel van de publiciteit om binnen het particulier onderwijs in de markt te komen bestaat uit profilering. Soms is dat gewoon bluf en wordt er lucht verkocht, getuige POs uitspraak over de handelsvertegenwoordigerscursus in Trouw. Ik denk wel dat jij er het slachtoffer van bent dat de onderlinge verhoudingen tussen cursist en opleidingsinstituut door de Baak/Nieuw Elan niet conform de WEO waren geregeld. Een van de eisen binnen de WEO is dat de inhoud van brochures en propagandamateriaal in overeenstemming moet zijn met hetgeen daadwerkelijk door het instituut wordt geboden. Inschrijvingsvoorwaarden dienen volgens de WEO exact in overeenstemming te zijn met de inhoud van de brochure: een twee-eenheid dus. Nieuw Elan voldeed hier niet aan. Dat wil niet zeggen dat er van 'mismanagement' sprake was. Ik adviseer je de Wet op het Mismanagement hieromtrent te bestuderen. De Wet op het Mismanagement heeft betrekking op de directies van B.V.'s. Uitsluitend een directeur van een B.V. kan - volgens mijn ervaring - daarvoor aangeklaagd worden. Mijn en jouw probleem zijn op dat punt totaal verschillend. Ik heb te maken met misbruik van voorkennis van wetgeving m.b.t. de Wet op het Mismanagement. Jij had in de toenmalige situatie te maken met Tjeb Maris, die geen directeur was, maar projectleider. Een projectleider kun je niet van mismanagement beschuldigen. Helaas is het niet anders. Werknemers zijn in onze maatschappij nu eenmaal meer beschermd dan werkgevers. De Baak zou naar mijn idee zelfs de mogelijkheid hebben gehad jou van laster te beschuldigen wanneer je een beschuldiging van mismanagement in de publiciteit zou hebben gebracht. Je bent echter wel zo verstandig geweest om het hele verhaal te koppelen aan een juridische procedure en misschien kun je daar nog wel succes mee hebben. Wanneer je praat over 'wanprestatie' ligt de zaak misschien wat duidelijker.

Je schrijft "Inzake 'mismanagement' bij de Baak op velerlei terreinen plaatsvond (242) bedoelde ik in de eerste plaats onze stageperiode, waarover jij en Hoogendoorn ook ontevreden waren. Zelf heb je een flink aantal punten van kritiek opgesomd. Daarnaast hoorde ik van diverse andere betrokkenen kritische geluiden".

Ik heb je dienaangaande in mijn brief 18 APRIL 1994 ADVIES OM UITSLUITEND JURIDISCH RELEVANTE INFORMATIE IN TE BRENGEN geadviseerd in je contact met je advocaat je uitsluitend te beperken tot juridisch relevante informatie. Je kunt niet om de realiteit van het bestaande rechtssysteem heen, hoe zeer je dat ook zou willen veranderen. Je hebt natuurlijk wel het recht om je persoonlijke visie in publikaties naar voren te brengen en ik hoop voor jou dat je daar succes mee krijgt.

"De koper wil uiteindelijk de kwaliteit die hem voorgehouden wordt. Als het management niet aan het gepropageerde kan voldoen moet dat meegedeeld worden. Maris faalde op tal van punten."

Het hangt er maar vanaf aan welke kant van de toonbank je staat. Je opmerking kan naar mijn idee niet van een behoorlijke dosis subjectiviteit worden ontdaan. Wie bepaalt dat dat meegedeeld moet worden? Persoonlijk ben ik het met je eens, maar of de rechter er zo over denkt weet ik niet. Jammer dat je de AtM-opleiding niet hebt kunnen afmaken, dan had je de situatie vanuit klant- en werkgeversstandpunt kunnen beoordelen.

19. Vertrouwen

"Ten slotte ben ik er ook lang niet zeker van..... L. daarbij aan je zijde hebt..."

Is dat een blijk van minder vertrouwen in mij? Ik heb lange tijd zeer intensief met haar samengewerkt en denk haar goed te kennen. Jij hebt haar - volgens jouw informatie - slechts incidenteel getroffen en gesproken. Zit ik nou in een vertrouwenscrisis of projecteer jij jouw gebrek aan vertrouwen op mij? Denk er eens over na. Ook aan jou heb ik het diepst van mijn ziel blootgelegd. Ik ben het helemaal met je eens dat L. omgeven is door materialistisch denken en dat zij om succesvol te kunnen zijn binnen dat gebeuren ook haar neus zal plaatsen in de richting van dominerende krachten. Ik ben echter van haar gewend dat zij een goed evenwicht weet te bewaren tussen het commerciële, materiële denken en het ethisch handelen. Dat maakt haar zo bijzonder. Ik vraag me af waarom je mij adviseert een hypnotiseur te overwegen. Ik heb de indruk dat mijn lange termijngeheugen vrij sterk functioneert, getuige hetgeen ik je tot op heden heb geschreven en verteld. Ook ik heb mijn belangen en die heb ik je medegedeeld. Daarover heb ik geen enkel geheim en je kunt mij elke vraag stellen die in jouw belang werkt. Wat zou jij uit mijn onderbewustzijn uitgediept willen hebben? Met jouw opmerking dat je het vreemd vindt dat L. met mij nooit over jouw cursusverwijdering heeft gesproken confronteer je mij voor de zoveelste keer met dezelfde vraag. Dit komt bij mij over als een 'constant hammering on the same string', hetgeen ik je niet kwalijk neem, maar ik hoop dat ik je met het volgende antwoord definitief een oplossing voor jouw vraagstuk geef. L. heeft mij nimmer aangaande het probleem met jou geraadpleegd. Ik wil je wel zeggen wat ik haar geantwoord zou hebben als zij mij gevraagd zou hebben wat ik met een cursist zou doen die het onderwijsproces verstoorde. Ik zou dan gezegd hebben dat ze die cursist zou moeten verwijderen. Ik zou dan hebben gesproken als oud-onderwijzer en als oud-werkgever. Het is maar net aan welke kant van de toonbank je staat en het kan best zijn dat L. ooit zo'n vraag aan mij heeft gesteld, maar dan heeft ze jouw naam niet genoemd. Het maakt wel even verschil of je praat over een concreet geval met een persoonlijke binding, zoals die tussen jou en mij bestond, of dat je praat vanuit onderwijs-didaktische verantwoordelijkheden of vanuit de verantwoordelijkheid van de organisatiemanager van een opleidingsinstituut. Ik was vroeger een strenge onderwijzer. Als een leerling het onderwijsleerproces negatief beinvloedde, dan ging hij of zij een tijdje op de gang. Als een cursist dreigde de naam van mijn instituut te beschadigen, dan ging ik tot de tegenaanval over. Zo heeft ooit een journaliste van het Dagblad van het Noorden gedreigd een negatief artikel over het NIOW te schrijven, waarop ik gereageerd heb met de mededeling dat ik haar directie zou inlichten over het misbruik dat zij van haar positie dreigde te maken. Dit is een eerlijk antwoord op jouw vraag. Het klinkt misschien erg zuur, maar ik stond in de tijd van jouw problematiek "aan de andere kant van de toonbank" en het kan best zijn dat ik - zonder me daarvan bewust te zijn - persoonlijk medeverantwoordelijk ben geweest voor jouw cursusverwijdering. Ik kan je echter voor honderd procent bevestigen dat L. jouw naam aan mij in een dergelijk verband nooit heeft genoemd. Ik kan alleen maar hopen dat je dat van mij gelooft. Ik denk niet dat daar een hypnotiseur voor nodig is. Ik zou het betreuren als jij ten aanzien van mij hetzelfde gevoel zou krijgen als ten aanzien van Tjeb Maris, toen hij zei "Je vertrouwt mij niet, je vertrouwt mij niet". Dat lijkt me overigens wel onwaarschijnlijk, want ik ken op het moment niemand anders dan jij die van mijn diepste zieleroerselen op de hoogte is. Ben je nu overtuigd? Je hebt alles zwart op wit.

20. Oneigenlijke praktijken binnen het onderwijs

De steelneigingen van Maris komen overeen met de steelneigingen van Boogaard en De Vries. Leo de Vries ging - volgens zijn eigen verklaring - regelmatig naar de juridische faculteit van de Erasmus-universiteit om daar collegeverslagen te kopiëren ten behoeve van de SNO-rechtenopleiding. Het lesmateriaal Frans, Spaans en Engels van Holland Publishers B.V., eigendom van Boogaard en De Vries, bevatte tal van teksten uit bestaande lesmethodes als "El Paso" en "Ça va". Ik heb voor de cursus Spaans en mijn zus Yvonne voor de cursus Frans al die passages uit dat lesmateriaal verwijderd en vervangen door eigen teksten of in samenwerking met NIOW-docenten vervaardigde teksten en oefeningen. Mijn vriend Ben de Ridder, mede-oprichter van het Wijchens Taleninstituut, heeft voorstellen gedaan om het materiaal Engels op een nette manier aan te passen. Nee, ik geloof niet dat het toeval is dat jij in februari vorig jaar contact met mij hebt gezocht. Ik heb het gevoel dat L. dat proces heeft aangestuurd. Ook met L. heb ik het probleem van de eigendomsrechten van de Nieuw Elan-readers besproken en wij hebben samen afgesproken daarover met de auteurs duidelijke afspraken te maken. Dus geen misbruik van het auteursrecht, waaraan ook Tjeb Maris zich, naar mijn idee (maar dat zou juridisch nog moeten worden aangetoond), schuldig maakte. Niet voor niets konden Tjeb Maris en Ger Boogaard het goed met elkaar vinden. Soortgenoten vinden elkaar. Ik stel dit nu alleen maar vast, maar ben wel geneigd die houding te veroordelen. Zelfs door grote uitgeverijen als Wolters-Noordhoff en Kluwer is op mij ooit een beroep gedaan om hen te beschermen tegen het kopieer-misbruik van onderwijsinstellingen zoals de Nederlandse universiteiten. Ook op dat punt heeft L. bij Nieuw Elan op mijn kompas gevaren.

21. De echte leider?

Ik denk dat je gelijk hebt met je vraag of Maris zoveel heeft gepresteerd. Mijn AtM-coach Teun Leuftinck heeft mij ooit eens gezegd "Jij bent tot veel meer in staat dan Tjeb Maris". Ik heb het inderdaad altijd alleen gedaan, terwijl Tjeb de ondersteuning had van een machtige organisatie, waarbinnen hij ten gevolge van de directiewisselingen een tijd de gelegenheid heeft gehad om onbeperkt zijn gang te gaan. Ik ben het verder eens met je opmerkingen over Maris. Hij werd een briljant manipulator genoemd, waar ik, zoals je weet, nooit een buiging voor heb gemaakt. Ik heb geen aanwijzingen dat Maris met Annet "van de kruk" ging. Annet was, zoals je weet, altijd bijzonder gesloten tegenover mij, vooral als het over relaties ging. Pas van L. hoorde ik dat zij een zus had. Ik had toen al een jaar met Annet "samengewerkt". De verhalen van Hortensius over "de meiden van de Baak" doet wel zoiets vermoeden, maar ik kan het niet hard maken. Dank voor je artikelen. Het is goed weer geconfronteerd te worden met leesstof die mij interesseert. Ik heb het gevoel dat ik op het punt sta mijn horizon verder te verruimen. Ik kom met plezier op vrijdag 3 juni naar je toe in Stiens en stel het op prijs met jou samen je verjaardag te vieren. Ik denk dat het een zeer belangrijk weekend wordt. Ik ben blij met je "beperkte reacties op brieven 53, 54, 55". Zoals je ziet hebben die weer een heel denkproces bij mij losgemaakt, waardoor ik voor mijn gevoel nog beter op koers ben gekomen. Ik hoop dat ik je niet vermoeid heb met deze grote hoeveelheid tekst. Het heeft mij veel voldoening gegeven je dit te kunnen schrijven. Sterkte verder met de strijd en tot horens. Bijgesloten: De opmars van het particulier onderwijs. Trouw, 26-8-87; Werkloosheid 1994: volledige splitsing samenleving dreigt. De Gelderlander, 21-5-94.

23 MEI 1994 DE PROJECTLEIDERSVERGADERING VAN 19 MAART 1990

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is legally registered at the Benelux Trade Registrar under deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings and courses and is a tradename of the Foundation Cervantes Benelux in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX está legalmente depositado como marca comercial en el registro de marcas del Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277 y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes Benelux en Nimega, inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House Cardiff.

INSTITUTO CERVANTES BENELUX is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse 41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam van de Stichting Cervantes Benelux te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer van Koophandel te Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto Cervantes Limited is registered for England and Wales under Company No. 3300636 at Companies House, Cardiff.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN